Leraar in opleiding: het LIO-traject

Wat is het? 

Je kan iemand die een lerarenopleiding volgt, aanstellen als leraar. Dat personeelslid is dan een leraar-in-opleiding, aangesteld met een LIO-statuut. Je school neemt, in samenspraak met de lerarenopleiding, een deel van de praktische opleiding van het personeelslid voor haar rekening.
Deze aanstelling kan in één of meerdere instellingen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs of de basiseducatie.
Het is een gewone aanstelling binnen de omkadering die je als school ontvangt.
Door middel van deze aanstelling kan de leraar-in-opleiding tot 30 studiepunten praktijk invullen die nodig zijn om het lerarendiploma te behalen.

Voorwaarden

Aanstelling, opdracht en aanvullende stages

  • Het personeelslid is aangesteld in een ambt van onderwijzend personeel en volgt tegelijk een lerarenopleiding. Hij is in het bezit van een bekwaamheidsbewijs voor zijn ambt. Dat hoeft geen ‘vereist’ of ‘voldoende geacht’ bekwaamheidsbewijs te zijn, een ‘ander bekwaamheidsbewijs’ volstaat.
  • De opdracht omvat op jaarbasis minstens 500 uren-leraar, lesuren, leraarsuren of lestijden. In een centrum voor basiseducatie bedraagt de opdracht minstens 0,6 voltijdsequivalent.
    Bereikt de leraar-in-opleiding dat aantal niet, dan vult hij aan met klassieke onderwijsstages.

Overeenkomst, mentor

  • De onderwijsinstelling, de leraar-in-opleiding en de lerarenopleiding sluiten een overeenkomst waarin onder meer de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de betrokkenen is vastgelegd.

  • Een mentor in de onderwijsinstelling begeleidt de leraar-in-opleiding.

 

Welk salaris krijgt de leraar-in-opleiding?

De leraar-in-opleiding ontvangt een salaris. Dit salaris wordt berekend aan de hand van de salarisschaal die hoort bij het ambt en het bekwaamheidsbewijs van de persoon. Meer info: Bekwaamheidsbewijzen.

Specifieke regeling gewoon basisonderwijs

Voor het gewoon basisonderwijs geldt er een specifieke regeling die niet van toepassing is voor de andere onderwijsniveaus. Leraren-in-opleiding in het gewoon basisonderwijs krijgen tijdens de periode dat zij de lerarenopleiding volgen een salarisschaal 300 toegekend. Deze salarisschaal ligt hoger dan de salarisschaal die normaal geldt bij een ‘ander bekwaamheidsbewijs’ in deze ambten. Het personeelslid kan van deze hogere salarisschaal genieten voor een periode van maximaal vijf opeenvolgende kalenderjaren. Om de salarisschaal te genieten moet het personeelslid de lerarenopleiding volgen voor het niveau waarin hij les geeft, dus:

  • Wie les geeft in het kleuteronderwijs volgt de educatieve bachelor kleuteronderwijs.
  • Wie les geeft in het lager onderwijs volgt de educatieve bachelor lager onderwijs.
     

Meer info over de procedure: Aandachtspunten bekwaamheidsbewijzen in het gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs (schooljaar 2013-2014, punt 1.1).

Naar boven

 

Regelgeving