Is je school OK-proof?

Stel. Vandaag krijg je te horen dat de doorlichting over vier weken bij je op de stoep staat. Slaat de stress al toe? De Academie Buggenhout weet hoe het voelt. Zij kregen in oktober bezoek. Hoe ervaarden ze dat? En hoe zorgden zij ervoor dat het stuk voor kwaliteitszorg in het taartdiagram blauw en dus ‘boven de verwachting’ kleurde?

Door Veerle Vanbuel

Vroeger ging het meer over het ‘wat’, nu over het ‘hoe’

Scholliers: “Er zijn meer gesprekken, ook met leraren, directie, ouders en leerlingen. De doorlichting gaat dieper op de zaken in, waardoor ze echt wel een werking kunnen voelen. Bovendien focussen ze nu op hoe je de zaken aanpakt. Nu we als academie de autonomie hebben om een evaluatie- en professionaliseringsbeleid vorm te geven, wordt dat ‘hoe doe je het’ dus belangrijker dan ‘wat doe je’.

Voor alle onderdelen, van financieel beleid, tot evaluatie of professionalisering, stelt de inspectie dezelfde vragen. ‘Wat is je visie hierop?’ ‘Zijn de acties die je onderneemt doelgericht, samenhangend, betekenisvol, participatief genomen, betrouwbaar en transparant?’ ‘Welke zijn de resultaten en de effecten daarvan?’ ‘Hoe evalueer je het en hoe borg je de goede dingen? Hoe stuur je bij?’ Als directeur kan je dat mooi uitleggen, maar ze checken je antwoord natuurlijk ook bij leraren, leerlingen en ouders.”

Een doorlichting doet je stilstaan bij de essentie

Verheyden: “Zo’n bezoek is een gelegenheid om even stil te staan en dieper in te gaan op belangrijke punten, om de neuzen nog eens in dezelfde richting te zetten. Als je alles in die vier weken tijd uit je mouw moet schudden, dan lukt dat natuurlijk niet. Vaak ben je op een school bezig met praktische zaken, met alle bordjes in de lucht te houden. Dan doet de doorlichting je nadenken over ‘Waarom doen we dat weer zo? Wat hebben we juist allemaal afgesproken de laatste jaren?’” 

Verzamelen, ordenen, de weg wijzen en up-to-date houden in plaats van af te vinken

Scholliers: “Je professionaliseringsplan, het plan voor aanvangsbegeleiding, het globaal preventieplan, een jaaractieplan… Die verplichte documenten moeten klaarliggen. Verder moet je alle relevante documenten verzamelen die aantonen waarmee en hoe je bezig bent. Dat doet je nadenken over wat je kan tonen, wat relevant is, welke afspraken je maakte met het team, waar dat document zich bevindt… Waar is bijvoorbeeld de bevraging die we vermelden in het professionaliseringplan? Waar staat het formulier waarmee leraren een nascholing aanvragen? Hoe deelt hij wat hij daar geleerd heeft? Zijn daar procedures voor vastgelegd? Dat verzamelen, ordenen, de weg wijzen is zeker niet eenvoudiger dan de lange afvinklijst van vroeger. Alles moet ook up-to-date blijven.

Onze website bleek daarvoor een belangrijk instrument. Het is een digitale documentenbank. Alle vakverslagen zijn er gecentraliseerd, net als alle relevante informatie, zoals de onthaalbrochure, evaluatiefiches, formulieren bij ziekte... De inspectie kon aan de hand van die verslagen in de geschiedenis duiken.”

PDCA-cirkel bleek een handige tool

Verheyden: “We mochten met een thema naar keuze aantonen dat we kwaliteitsvol werken. Voor ons werd dat ‘evalueren van leerlingen’. We zijn daar al meer dan 6 jaar mee bezig en konden dat hele proces duidelijk uitleggen en visueel maken met de PDCA-cirkel. Dat staat voor Plan - Do - Check - Act. Wat hebben we in de loop der jaren gepland, geëvalueerd en bijgestuurd? Welke nieuwe doelen hebben we gesteld door de veranderende omstandigheden van een nieuw decreet… Door er achteraf op terug te kijken en de hele evolutie in kaart te brengen, zie je dat die cirkel wel enkele keren is gepasseerd. We voelen ook dat dat proces nu vruchten begint af te werpen. Iedereen is mee in die grote verandering. Dat voelde ook de doorlichting, want we scoorden ‘boven de verwachting’ op dat onderdeel.” 

Scholliers: “Ik gebruik die PDCA-cirkel voor verschillende processen. Zo hebben we straks een evaluatie van de toonmomenten met de lerarenraad. Wat was er goed, was het moment goed gekozen, hoe hebben de leerlingen het ervaren? Wat moeten we bijsturen? Dat is een deel van die PDCA-cirkel die weer op volle toeren draait.”

Een APP moet van iedereen zijn

Scholliers: “Drie jaar geleden zat ons artistiek-pedagogisch project (APP) al ruim en goed in elkaar. Het vertelde wat we wilden bereiken met de leerlingen, waar we voor stonden. Toen vond men dat het te weinig op de werkvloer in voege was. Dat was nu bij de laatste doorlichting helemaal anders. Met het nieuwe decreet hebben we dat APP bijgestuurd, aangepast en concreter, krachtiger verwoord op één A4. Die tekst is bijna als vanzelf ontstaan doordat we de laatste jaren zo veel samen gezeten hebben rond evalueren, de nieuwe rollen en zo meer. Veel werk was het dus niet. Het zat al in de hoofden en harten van de leraren. We beginnen er ook onze jaarplannen mee en het hangt in elke klas. Niet dat alle ouders of leerlingen dat lezen, maar het is er wel. We hebben trouwens ook een wedstrijd georganiseerd voor bestuurders, leraren, leerlingen en ouders. We vroegen hen een slogan te bedenken die past bij onze school. Het was een manier om hen stil te laten staan bij waar onze school voor staat. Zo werd dat APP van iedereen.”

De utopie: na de doorlichting is het werk af

Verheyden: “25 jaar lang stond alles vast. Dat is met het nieuwe decreet definitief verleden tijd. Elke academie en leraar krijgt de opdracht om een eigen visie en programmatie uit te werken. Daardoor komt het meer van onderuit. Dat houdt ons misschien wel fris, maar het gevaar zit erin dat iedereen dat op een andere manier gaat doen. Het vraagt ook veel werk en energie. Je moet constant blijven nadenken, bijsturen, vormgeven. Het is nooit gedaan. We voelen de nood aan rust, want alle andere dingen zoals lesgeven, toonmomenten… blijven doorgaan.”
 

Een rapport met alleen maar woorden

De Academie Buggenhout geeft alleen nog een geschreven, woordelijke evaluatie. Geen punten, schalen, smileys of wat dan ook. Leerlingen evalueren zichzelf, er is plaats voor peer-evaluatie en voor de mening van leraren die een ander vak geven. Dat wordt door de leerlingen als zeer positief te ervaren. 

Scholliers: “Dat er geen punten meer zijn, is een logisch gevolg van het nieuwe decreet. En eigenlijk deden we dat ook al daarvoor. Als je een leerling met zijn individuele doelen wil evalueren en feedback wil geven, dan kijk je naar die leerling zelf. Is die vooruit gegaan? In welke mate heeft die zijn grenzen verlegd? Het zou vreemd zijn om daar een punt op te plakken, om dat punt vervolgens te vergelijken met een andere leerling die misschien met andere doelen bezig is. Punten zijn volgens ons absurd geworden. Uiteraard bewaken we nog steeds dat we zoveel mogelijk leerlingen zo ver mogelijk brengen. Dat blijft de uitdaging, maar heeft dus niks met punten te maken.

Je moet groeien in woordelijk feedback geven, in dialoog gaan met een leerling, bespreken waar je je pijlen op gaat richten, het proces evalueren. We hebben daar ook met nascholingen aan gewerkt. Zo krijg je meer eenvormigheid in een team. Het is een grote verandering, maar iedereen is doordrongen van het nut ervan.”