Scholen van Morgen: schot in de roos


Persbericht kabinet Vlaams minister van Onderwijs, 17 september 2019


Bijna alle schoolbouwprojecten (98%) in het scholenbouwprogramma ‘Scholen van Morgen’ zijn uitgevoerd. De totale investering van het programma bedraagt 1,5 miljard euro. De scholen zien hun deelname aan het programma als een absolute meerwaarde. Het zijn enkele van de bevindingen van de eerste uitgebreide evaluatie van het DBFM-programma ‘Scholen van Morgen’. Dat onderzoek werd uitgevoerd door het Agentschap voor infrastructuur in het onderwijs, kortweg AGION, in opdracht van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits.


Het DBFM-programma Scholen van Morgen was het lang verwachte antwoord op de steeds groter wordende vraag naar subsidies en financiering voor scholenbouw. Een inhaalbeweging met het oog op de modernisering van de schoolinfrastructuur drong zich op. In juni 2010 werd het officiële startschot gegeven en op 1 september 2014 opende Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits de eerste opgeleverde school, het Gemeentelijk Technisch instituut in Londerzeel. 5 jaar later is van het initiële scholenbouwprogramma 98% van de schoolbouwprojecten volledig opgeleverd. In augustus 2019 zijn 161 van de 182 projecten volledig opgeleverd en zitten 6 projecten in de bouwfase. De totale investering van het programma bedraagt 1,5 miljard euro.

98% van de projecten is gerealiseerd

Het volledige bouwprogramma van de inhaalbeweging bedraagt 708.426 m² en is verspreid over 182 projecten die goed zijn voor ongeveer 250 gebouwen. De gebouwen bestaan voor 85% uit lokalen voor onderwijsdiensten, 3% uit technische lokalen en 12% uit lokalen lichamelijke opvoeding (of sporthallen). 
Oorspronkelijk bevatte het programma 165 projecten maar dankzij de btw-verlaging van 21% naar 6% op schoolgebouwen konden 17 extra schoolbouwprojecten worden toegevoegd. De gebouwoppervlakte van de projecten varieert van 800 m² tot 27.437 m². Het gemiddelde project heeft een gebouwoppervlakte van 3.892 m². De scholen in de provincie Antwerpen nemen daarbij de grootste totale oppervlakte (30%) gevolgd door Limburg en West-Vlaanderen (19%), Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant (15%) en tot slot het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (2%). Op gemeentelijk vlak neemt Antwerpen het grootste aantal vierkante meters DBFM-scholenbouw voor zijn rekening, gevolgd door Kortrijk en Beringen.
De globale investeringskost voor het volledige programma bedraagt 1.402,5 miljoen euro waarvan iets meer dan 237 miljoen euro voor het GO!, bijna 230 miljoen euro voor het officieel gesubsidieerd onderwijs (steden, gemeenten, provincies) en 936 miljoen euro voor het vrij gesubsidieerd onderwijs (VGO). Per vierkante meter gebouwoppervlakte bedraagt de investeringskost gemiddeld 1.980 euro excl. btw.
In 77% van de DBFM-projecten is er van bij het begin multifunctioneel gebruik (bijvoorbeeld samenwerking met verenigingen of sportclubs) voorzien, maar in de praktijk ligt dat iets hoger, 81% sporadisch gemeenschapsgebruik en 45% structureel gemeenschapsgebruik.
Naast de bouw en de financiering van de projecten staat de DBFM-vennootschap ‘Scholen van Morgen’ in voor het volledige eigenaarsonderhoud van de schoolgebouwen gedurende 30 jaar. De gemiddelde jaarlijkse instandhoudingskost per vierkante meter gebouwoppervlakte bedraagt 29 euro of 1,46% van de gemiddelde investeringskost per vierkante meter.

Naar boven

‘School van Morgen’ is goedkoper, groter en staat er sneller dan een gewone school

Een belangrijk onderdeel van dit onderzoek is de vergelijking tussen het bouwen van een school via het ‘Scholen van Morgen’-programma (publiek private samenwerking) of via de gewone weg van de reguliere scholenbouwsubsidie. Wat de kostprijs betreft, blijkt dat als alle factoren in acht genomen worden, de kostprijs bij het bouwen van een school via de gewone weg tussen 92% en 111% bedraagt van de kostprijs in het ‘Scholen van Morgen’-programma. Het grote voordeel van de werkwijze zoals bij ‘Scholen van Morgen’ is dat het onderhoud gedurende 30 jaar inbegrepen is. 
De scholen die via het DBFM-programma gebouwd worden zijn vaak groter dan scholen die via een gewone financiering gebouwd worden. De gemiddelde oppervlakte van een ‘School van Morgen’ is 3.892m², bij een school die gebouwd wordt via de gewone financiering is dat gemiddeld 1.896m². 88% van de ‘Scholen van Morgen’ zijn nieuwbouw, terwijl bij gewone financiering 82% van de gevallen een renovatie betreft. 
Naast kostprijs werd ook de totale duur van een project in het ‘Scholen van Morgen’-programma vergeleken met een project via de gewone weg. In de betrokken vergelijkbare dossiers heeft de DBFM-uitvoering een kortere doorlooptijd en bouwperiode dan in de gewone financiering. De totale doorlooptijd van de projecten bleek gemiddeld ongeveer 8 maanden korter, hoofdzakelijk dankzij een kortere bouwperiode. De gemiddelde doorlooptijd voor het bouwen van een ‘School van Morgen’ bedraagt 5,5 jaar vanaf de ondertekening van het voorcontract. De gemiddelde effectieve bouwtermijn bedraagt 18,2 maanden.

Naar boven

‘School van Morgen’ heeft positieve invloed op de kwaliteit van het onderwijs

Naast de cijfergegevens omvat de evaluatie ook een bevraging van alle partners (aandeelhouders, Vlaams Bouwmeester, onderwijskoepels en schoolbesturen). De bevraging bestond uit een online vragenlijst en persoonlijke interviews. De scholen zelf geven aan dat er een grote algemene tevredenheid is (90% op zijn minst tevreden en 48% zeer of uiterst tevreden) over het DBFM-programma en zien ze hun deelname aan het programma als een meerwaarde. Ook de private partners (o.a. aandeelhouders, de afgevaardigd bouwheer) zijn unaniem positief over het DBFM-programma. Sterke punten zijn voor hen o.a. de kwaliteit van de aannemers en de architecten, het ontzorgen van de schoolbesturen en de kennisopbouw.
Voor de scholen heeft de deelname aan Scholen van Morgen een positieve impact op o.a. het pedagogisch project (84%), de kwaliteit van het onderwijs (88%) en de tevredenheid van de leerlingen (76%). Het DBFM-programma bevordert de integratie van de gebouwen met de nieuwe leersystemen en er is een grotere zichtbaarheid door de opvallende architectuur. De scholen en koepels ervaren de vormgeving, de functionaliteit en het comfort in de nieuwe gebouwen positief. Zo is er voldoende aandacht voor toegankelijkheid (86%) en een duidelijke ruimtelijke structuur (81%).
Uit de bevraging blijkt wel dat er verbetering mogelijk is voor de ventilatie en de temperatuur in de gebouwen. 84% van de bevraagde scholen is tevreden over de mate van inspraak tijdens het procesverloop maar er is zeker nog ruimte voor meer flexibiliteit. De onderhoudsfase wordt als positief beoordeeld maar het meldingssysteem voor kleinere herstellingen wordt te omslachtig bevonden. 

Naar boven

Aandachtspunten 

In het evaluatierapport werden ook een reeks aandachtspunten geformuleerd:

  • Het opstarten van een publiek private samenwerking duurt vaak langer dan één legislatuur.
  • De DBFM-formule houdt beperkingen in voor het schoolbestuur, ze zijn bijvoorbeeld geen bouwheer.
  • Het eigenaarsonderhoud ten laste is van de private partner wordt als positief ervaren.
  • Het gaat hoofdzakelijk om nieuwbouwprojecten.
  • Een werkpunt is het voorzien van voldoende kwaliteitsvolle pauze- en ontspanningsruimtes in de nieuwe infrastructuur en de temperatuurregeling in de nieuwe schoolgebouwen.
  • Het meldingssysteem voor kleinere herstellingen wordt als log ervaren.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Het is voor het eerst dat er zo’n uitgebreide evaluatie werd uitgevoerd rond het DBFM-programma ‘Scholen van Morgen’. Scholen zijn heel tevreden en de werkwijze biedt heel wat voordelen, zeker als alle bijkomende kosten zoals het onderhoud voor 30 jaar, mee in rekening worden gebracht. Met ‘Scholen van Morgen’ hebben we belangrijke stappen gezet in het wegwerken van de historische achterstand in scholenbouw. De voorbije jaren is maar liefst in 9 op de 10 gemeenten een volledig nieuwe of vernieuwde school gebouwd dankzij onder andere ‘Scholen van Morgen’. Maar nog steeds is de nood aan nieuwe en vernieuwde scholen groot, vandaar dat er ondertussen een tweede publiek private samenwerking rond scholenbouw werd opgezet met een totale investering van 500 miljoen euro. Ook de komende jaren moeten we voluit verder gaan op deze weg met het oog op de grondige renovatie en uitbreiding van de vele schoolgebouwen in Vlaanderen en Brussel.”