Ruime meerderheid van de scholen krijgt een positieve beoordeling, evaluatie en kwaliteitsontwikkeling blijven werkpunten


Persbericht kabinet Vlaams minister van Onderwijs, 3 april 2019


Scholen werken kwaliteitsvol en zijn voldoende sterk om hun kwaliteit zelf te verbeteren. Het vormgeven van een positief leer- en leefklimaat is een sterk punt, evaluatie en feedback van en aan leerlingen blijven werkpunten. Ook de kwaliteitsontwikkeling is een werkpunt. Dat zijn enkele bevindingen uit Onderwijsspiegel 2019, het jaarverslag van de Onderwijsinspectie dat vandaag werd voorgesteld aan de Vlaamse minister van Onderwijs. Het rapport geeft een zicht op de resultaten van de doorlichtingen van het schooljaar 2017-2018. De eerste maanden van 2018 waren een vuurdoop voor de Onderwijsinspectie 2.0, de nieuwe manier van werken voor de Onderwijsinspectie. Om de werkpunten sneller en concreter aan te pakken wordt vanaf dit jaar nauwer samengewerkt met de onderwijsverstrekkers en de pedagogische begeleidingsdiensten. Scholen die zwak presteren moeten ook sneller opgevolgd worden. Op die manier kan er veel korter op de bal gespeeld worden.

Onderwijsinspectie 2.0

De Onderwijsspiegel 2019 brengt de resultaten van de doorlichtingen van de onderwijsinstellingen tijdens het schooljaar 2017-2018. Van januari tot juni 2018 waren de eerste maanden waarbij de Onderwijsinspectie met haar nieuwe manier van doorlichten heeft gewerkt. Scholen krijgen daarbij sneller een bezoek, minstens éénmaal om de 6 jaar in plaats van om de 10 jaar. De focus ligt meer op het algemene kwaliteitsbeleid van de school. Ook ouders en leerlingen worden erbij betrokken. Omdat het voor het eerst is dat er op deze manier gewerkt wordt, hebben deze doorlichtingen geen gevolgen.
Er werden 250 scholen, academies, Centra voor Volwassenenonderwijs en Centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs doorgelicht. Daarvan zijn er 155 scholen gewoon basisonderwijs, 17 scholen buitengewoon basisonderwijs, 61 scholen gewoon secundair onderwijs, 8 scholen buitengewoon secundair onderwijs, 3 centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, 4 Centra voor Volwassenenonderwijs en 2 academies deeltijds kunstonderwijs. 
Het vertrekpunt van de doorlichtingen is voor het eerst het algemene kwaliteitsbeleid van de school. Daarbij wordt uitgegaan van het referentiekader voor onderwijskwaliteit, kortweg OK. Dat werd opgesteld samen met het onderwijsveld en gesteund op wetenschappelijk onderzoek. Het weerspiegelt wat kwaliteitsvol onderwijs minimaal inhoudt. De nieuwe manier van werken gaat uit van 7 centrale principes: ontwikkeling van de lerende staat centraal, frequent doorlichten, controleren en stimuleren, methodologisch onderbouwd, interne kwaliteitszorg, vertrouwen geven en administratieve lasten beperken. Om scholen aan te moedigen hun kwaliteit te blijven ontwikkelen, rapporteert de onderwijsinspectie aan de hand van ontwikkelingsschalen die uitdrukken hoe de school tegemoet komt aan de verwachtingen van het OK. Scholen krijgen een gunstig advies zonder meer, een gunstig advies met werkpunten of een ongunstig advies.

Naar boven

Basisonderwijs

Bij de doorlichtingen in het basisonderwijs kregen 96% van scholen gewoon basisonderwijs een gunstig advies waarvan 33% een gunstig advies met werkpunten. 6 scholen in het gewoon basisonderwijs (of 4%) kreeg een ongunstig advies. In het buitengewoon basisonderwijs krijgen 11 van de 17 scholen een gunstig advies en 1 school een gunstig advies met werkpunten. 5 scholen kregen een ongunstig advies. 
De scholen basisonderwijs zijn sterk in personeelsbeleid en professionalisering, leerlingenbegeleiding en omgaan met diversiteit. Ook de leergebieden wiskunde, Nederlands en Frans, het leer- en leefklimaat, de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne zijn goed. De kwaliteitsontwikkeling van scholen is een werkpunt. Concreet is er vooral werk op het vlak van evalueren hoe de school werkt, hoe ze de leerlingen evalueren en hoe ze dat bijsturen. Ook het vak muzische vorming is in veel scholen niet goed. 
In het buitengewoon basisonderwijs is het leer- en leefklimaat goed tot heel goed, maar er zijn over het algemeen meer werkpunten dan in het gewoon basisonderwijs. Voor elke leerling worden onderwijsdoelen geselecteerd op maat van zijn onderwijsbehoeften, met andere woorden wat een leerling specifiek moet kennen en kunnen. Regelmatig wordt geëvalueerd of de leerling die haalt. Maar net dat gebeurt te weinig, de focus ligt nog te vaak op zorg en minder op leren.

Naar boven

Secundair onderwijs

52 scholen in het secundair onderwijs (86%) kregen een gunstig advies, waarvan 34 scholen een gunstig advies met werkpunten. 9 scholen kregen een ongunstig advies. In het buitengewoon secundair onderwijs kregen 7 van de 8 scholen een gunstig advies en kreeg één school een gunstig advies met werkpunten. In de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs werden 3 scholen onderzocht, 2 daarvan kregen een gunstig advies met werkpunten, één kreeg een ongunstig advies. 
Scholen scoren goed voor klassieke talen en lichamelijke opvoeding en er is een goed leer- en leefklimaat. Driekwart van de scholen heeft nog werk met de kwaliteitsontwikkeling. Ook hier is vooral de evaluatie een werkpunt. In heel wat scholen belemmert een onvoldoende uitgewerkte leerlingenevaluatie de onderbouwing van de uitgereikte attesten. Wat leerlingenbegeleiding betreft is de brede basiszorg binnen leren en studeren en de ondersteuning van de leraren een werkpunt. Het taalgericht vakonderwijs kan in de meeste scholen kwaliteitsvoller. Het omgaan met diversiteit is wel goed. In het secundair onderwijs zijn wiskunde, Frans en vakken uit de harde sector werkpunten, ook hier opnieuw vooral op vlak van evaluatie en oriëntatie. 

Naar boven

Evaluatie van leerlingen is een werkpunt

De algemene conclusie van de Onderwijsspiegel 2019 is dat de ruime meerderheid van de doorlichtingen met een gunstig advies eindigt. In meer dan de helft van de scholen gaat het om een gunstig advies zonder meer, wat een sterke indicatie is van een brede kwaliteitsvolle werking. De scholen zijn sterk in het vormgeven van een positief leer- en leefklimaat. Vooral op het vlak van feedback, evaluatie en oriëntatie van de leerlingen en de ontwikkeling van de kwaliteit van hun schoolwerking zijn er nog werkpunten. 
Scholen zijn zelf de eerste verantwoordelijken voor hun kwaliteit en het bewaken en ondersteunen ervan. Hét aandachtspunt is en blijft wel dat slechts de helft van de scholen systematisch en betrouwbaar hun kwaliteit bewaakt. 
De vele hervormingen die dit en volgend schooljaar in beweging gezet zijn, haken in op een aantal van de werkpunten die scholen hebben. Zo is sinds het begin van dit schooljaar leerlingenbegeleiding een erkenningsvoorwaarde, waardoor ook in het secundair onderwijs de brede basiszorg versterkt wordt. Ook het aanbod om niet-taalvakken in een andere taal dan het Nederlands aan te bieden, CLIL, is een versterking van het taalgericht onderwijs in het secundair onderwijs. De bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne zijn in vele scholen heel goed, maar ook op dat vlak worden nog steeds stappen vooruit gezet. Deze legislatuur werd 2,5 miljard euro geïnvesteerd in het vernieuwen van de scholen. Daardoor is er in meer dan 9 op de 10 gemeenten in Vlaanderen en Brussel een nieuwe of grondig vernieuwde school.

Naar boven

Vervolgschoolcoaching loopt goed

Er worden elk jaar een aantal thematische onderzoeken gedaan door de Onderwijsinspectie. Dit jaar komen vervolgschoolcoaching en permanent onderwijs aan huis (POAH) aan bod. Sinds 1 september 2016 zijn de middelen voor vervolgschoolcoaching in het secundair onderwijs fors verhoogd. Met de investering van de extra middelen worden de onthaalscholen ondersteund bij hun dubbele opdracht: begeleiding van de gewezen anderstalige nieuwkomers en expertiseoverdracht en opbouw. De onderwijsinspectie heeft aan de hand van een online bevraging en een evaluatie in een aantal scholen de werking gemonitord en geëvalueerd. 
Daaruit blijkt dat de vervolgschoolcoaching goed loopt en effect heeft. Leerlingen kunnen rekenen op een intensievere opvolging, een vlottere overgang naar de vervolgschool, een nauwere samenwerking tussen onthaal- en vervolgschool. Er is ook een verhoogd welbevinden.  De voornaamste werkpunten hier zijn de expertiseopbouw in de scholen en de professionalisering van de coaches. 
Permanent onderwijs aan huis (POAH) is er voor kinderen of jongeren die door een beperking niet in staat zijn om onderwijs te volgen in het buitengewoon onderwijs, maar wel onderwijsbegeleiding aankunnen. Zij hebben onder voorwaarden recht op vier uur permanent onderwijs aan huis. Ze krijgen dat dan thuis of in de instelling waar ze verblijven. Het aantal aanvragen neemt toe, in het schooljaar 2017-2018 waren er 145 leerlingen die POAH volgden. De onderwijsinspectie heeft in juni 2018 27 scholen bezocht die POAH aanbieden. Daarbij stelt de onderwijsinspectie vast dat de bezochte scholen tevreden zijn over heel wat aspecten. De samenwerking tussen school, zorginstelling en met ouders loopt goed. Toch zijn er een aantal knelpunten en vragen over: personeels- en professionaliseringsbeleid, de onderwijsorganisatie, de toegankelijkheid, de aanvraagprocedure en het financieel en materieel beleid. 


De Vlaamse minister van Onderwijs: “Sinds 1 januari 2018 werkt de Onderwijsinspectie op een nieuwe manier: onderwijsinspectie 2.0. Ze zijn nog meer partner van de scholen dan vroeger en krijgen daar ook een pluim voor uit het onderwijsveld. Uit de Onderwijsspiegel 2019 blijkt dat de meeste scholen kwaliteitsvol werken en zelf in staat zijn om die kwaliteit te verbeteren. Er is wel nog werk aan het ontwikkelen van die kwaliteit. Vooral op het vlak van leerlingenevaluatie kunnen scholen nog veel vooruitgang boeken. Tot dit schooljaar werden de resultaten van de onderwijsspiegel niet systematisch besproken met onderwijsverstrekkers en pedagogische begeleidingsdiensten. Daarom wordt nu op 4 april de onderwijsspiegel voorgesteld op een evenement met vertegenwoordigers van de pedagogische begeleidingsdiensten, de onderwijsinspectie en de onderwijsverstrekkers. Zo kan er nog beter en meer in diepte aan de werkpunten worden gewerkt. Scholen die zwak presteren moeten sneller opgevolgd en begeleid worden om zo korter op de bal te spelen. Na de hervorming van de onderwijsinspectie naar inspectie 2.0 is het ook tijd dat de pedagogische begeleiding die omslag maakt. Nauwere samenwerking en striktere opvolging zijn daarin belangrijk.”
Lees de onderwijsspiegel : Onderwijsinspectie - Onderwijsspiegel 2019 

Naar boven