Werkwijze voor ondersteuning type 2, 4, 6, 7


Deze werkwijze geldt tot 1 september 2021. Ondertussen wordt een nieuwe regeling voorbereid: Naar een begeleidingsdecreet voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften


Voor wie?

Voor in een school voor gewoon onderwijs ingeschreven kinderen met een:

  • Verstandelijke beperking (type 2)
  • Motorische beperking (type 4)
  • Visuele beperking (type 6)
  • Auditieve beperking of spraak- of taalontwikkelingsstoornis (type 7)

Naar boven

Wat is er nieuw sinds september 2019?

Scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs kunnen samen extra onderwijskundige en paramedische ondersteuning organiseren, zoals kinesitherapie, logopedie en ergotherapie.

Waar komen de middelen vandaan?

  • Leerlingen met een verslag type 2, 4, 6 of 7 in het gewoon onderwijs genereren evenveel omkaderingseenheden en werkingsmiddelen als leerlingen met eenzelfde verslag in het buitengewoon onderwijs
  • Leerlingen met een gemotiveerd verslag type 2, 4, 6 of 7 genereren per type een bepaald aantal omkaderingseenheden en werkingsmiddelen

Meer informatie over het verschil tussen een verslag en gemotiveerd verslag: Grote lijnen van het M-decreet > Gewoon of buitengewoon?

De school voor gewoon onderwijs brengt samen met het CLB en de ouders de ondersteuningsnoden en -vragen van de leerlingen, leerkrachten en het team in kaart.

De school voor gewoon onderwijs en de ondersteunende school voor buitengewoon onderwijs bekijken dan samen hoe ze op die noden en vragen kunnen inspelen.
 

Wat met verslagen van vóór het M-decreet?

Leerlingen met een inschrijvingsverslag van vóór de start van het M-decreet worden beschouwd als: 

  • Leerlingen met een verslag type 2 als het om een inschrijvingsverslag type 2 gaat
  • Leerlingen met een gemotiveerd verslag als het om een inschrijvingsverslag type 4, 6 of 7 gaat
     

Wat verandert er voor je kind?

Heeft je kind in het huidige systeem recht op ondersteuning? Dan heeft je kind ook in het nieuwe systeem recht op ondersteuning. 

  • Heeft je kind een verslag type 2, 4, 6 en 7? Dan kan je kind meer ondersteuning krijgen.
  • Heeft je kind een gemotiveerd verslag type 2, 4, 6 en 7? Dan krijgt je kind, afhankelijk van het type, een bepaald aantal begeleidingseenheden
  • De school kan, in overleg met jou, de middelen voor ondersteuning flexibel aanwenden volgens de noden van de leerlingen, leerkrachten en het schoolteam, maar steeds met het doel om de leerlingen met een gemotiveerd verslag of (inschrijvings)verslag type 2, 4, 6 en 7 goed te begeleiden.

Als je kind van school verandert of (tijdelijk) minder ondersteuning nodig heeft, kan de ondersteunende school voor buitengewoon onderwijs de middelen voor ondersteuning aanwenden in een andere school. Maar dat kan alleen in overleg met jou en met de school voor gewoon onderwijs waar je kind les volgt.

Naar boven

Wat moet je doen?

Als ouder heb je inspraak:

  • De school voor gewoon onderwijs moet je betrekken bij de keuze voor een ondersteunende school voor buitengewoon onderwijs. Jouw stem is daarbij doorslaggevend.
  • De school voor gewoon onderwijs moet je betrekken bij het bepalen van ondersteuningsnoden.

Vraag je school om jou bij die keuzes te betrekken.

Naar boven


Extra informatie

Omzendbrief

Documenten

Verwante pagina's

Voor ouders

Voor onderwijspersoneel

Voor directies en administraties