Verplichte taalscreening bij eerste instap in het gewoon lager onderwijs

Taalscreening

Schooljaar 2020-2021

Elk kind dat voor de 1ste keer instapt in een Nederlandstalige lagere school, moet in die school een taalscreening doen:

  • Leerlingen die de overstap maken van het gewoon of buitengewoon kleuteronderwijs naar het gewoon lager onderwijs
    én
  • Kinderen die op latere leeftijd in het gewoon lager onderwijs instromen (leerlingen uit Wallonië of uit het buitenland)

Met die screening gaat de school na welk niveau je kind heeft voor Nederlands, en of het een taaltraject nodig heeft voor een of meer van de volgende leergebieden: luisteren, spreken, lezen, schrijven, taalbeschouwing.

De screening gebeurt na de instap in het gewoon lager onderwijs. De school gebruikt de screening niet om na te gaan of je kind naar het lager onderwijs mag, en ook niet om na te gaan of je kind naar het gewoon of het buitengewoon onderwijs moet gaan.

De taalscreening gebeurt 1 keer.  Als je kind naar een andere lagere school gaat, volgt geen nieuwe taalscreening.

Alleen leerlingen die beantwoorden aan de criteria van anderstalige nieuwkomer, moeten geen taalscreening doen. Zij krijgen sowieso een aangepast taaltraject.

In het buitengewoon lager onderwijs is er geen taalscreening.

Vanaf schooljaar 2021-2022 afname in het kleuteronderwijs

Vanaf het schooljaar 2021-2022 zal de taalscreening vroeger afgenomen worden, namelijk bij het begin van de leerplicht (5 jaar).

De overheid zal vanaf het schooljaar 2021-2022 ook het instrument bepalen waarmee de taalscreening afgenomen moet worden, alsook het moment en de manier van afname.

De school neemt de taalscreening af tussen 10 oktober en 30 november.

Op basis van de resultaten van de taalscreening zullen leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen vanaf het schooljaar 2021-2022 een actief taalintegratietraject Nederlands moeten volgen. Dit kan door een taalbad of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt.

Ook voor leerlingen die in de loop van het lager onderwijs instromen en het Nederlands onvoldoende beheersen om de lessen te kunnen volgen, kan de school beslissen dat zij een taalintegratietraject moeten volgen. 

Naar boven

Taaltraject

Op basis van de taalscreening kan de school vaststellen dat:

  • Je kind geen enkel probleem heeft voor Nederlands
  • Je kind voor een of meer onderdelen van het leergebied Nederlands een taaltraject nodig heeft
  • Je kind in bepaalde onderdelen juist zeer sterk is en extra uitdagende activiteiten kan gebruiken

Als uit de screening blijkt dat je kind nood heeft aan een aangepast taaltraject om het bij te werken voor bepaalde taalonderdelen, of juist om het een extra uitdaging te bieden op taalvlak, moet de school dat aanbieden. De school beslist vrij hoe ze het taaltraject invult en welke maatregelen ze inzet.

Als onderdeel van het taaltraject kan de school een taalbad organiseren.

Je mag niet weigeren om je kind een taaltraject te laten volgen.

Naar boven

Taalbad

Als blijkt dat je kind niet genoeg Nederlands kent om de lessen te kunnen volgen, kan de school een taalbad inrichten. De school beslist welke kinderen een taalbad moeten volgen. Als ouder kan je dat niet weigeren.

Een taalbad duurt maximaal 1 jaar. Het wordt zo kort mogelijk gehouden. Doel is dat je kind zo snel mogelijk in de gewone klas terechtkan.

Het taalbad kan georganiseerd worden in een andere school dan die waar je kind ingeschreven is. Na het taalbad gaat je kind terug naar zijn gewone school. Het kan daar ook nog verdere taalondersteuning krijgen.

Naar boven


Extra informatie

Verwante pagina's

Regelgeving en formulieren