Proefprojecten leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs

In de regio’s Leuven, Roeselare-Hooglede-Izegem-Ingelmunster-Moorslede-Torhout-Tielt en regio Antwerpen-Schilde-Schoten-Brasschaat startte een proefproject voor het vervoer van leerlingen van het buitengewoon onderwijs.

Het doel: beter aangepast vervoer door lokaal overleg

Het huidige systeem van zonaal leerlingenvervoer is complex. De organisatie gebeurt centraal: het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI) kent het recht op leerlingenvervoer toe, De Lijn staat in voor de praktische organisatie van de ritten. Vaak zitten leerlingen lang op de bus. Leerlingen in gespecialiseerd onderwijs of in stedelijke regio’s zitten soms 2 uren op de bus.

In 2015 stelde de Vlaamse Regering in de conceptnota ‘Leerlingenvervoer: buitengewoon onderwijs’ een nieuwe aanpak voor. De aanpak wil beter inspelen op de noden van leerlingen. De klemtoon ligt daarbij op lokaal overleg. Scholen, centra voor leerlingenbegeleiding en ouders krijgen meer ruimte om samen een beter aangepast vervoer te organiseren. Lees de conceptnota over leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs.

Dit verandert er:

  • Het lokale niveau krijgt meer autonomie om voor elke leerling het best mogelijke vervoer te regelen. Scholen bepalen zelf welke leerlingen recht hebben op vervoer naar welke school en op welke manier.
  • De zorgzwaarte, de vervoersnood en de thuiscontext bepalen de keuze van het gepaste vervoer.
  • Naast de bus kunnen leerlingen ook gebruikmaken van carpoolen, zelfstandig of begeleid fietsen, wandelpools, fietsdelen, taxi's ...
  • Er wordt buitenschoolse kinderopvang georganiseerd voor leerlingen uit het buitengewoon onderwijs, in de nabijheid van een school voor buitengewoon onderwijs of in de nabijheid van de woonplaats van de leerlingen.

Leerlingen die al vóór het proefproject recht op vervoer hadden, behouden hun recht op vervoer. Toch willen de deelnemende scholen ook hen bereiken en stimuleren om andere vervoerswijzen dan het collectief vervoer te gebruiken. 

Naar boven

Fase 1: een proefproject in de regio's Leuven en Roeselare

Het nieuw concept geldt niet meteen voor heel Vlaanderen. Op 6 maart 2017 startten er 2 pilootprojecten: in Leuven en in de regio Hooglede-Izegem-Ingelmunster-Roeselare.

Alle scholen buitengewoon onderwijs binnen de 2 regio’s nemen deel, behalve de ziekenhuisschool Gasthuisberg in Leuven. Die school maakt voor haar type 5-leerlingen geen gebruik van leerlingenvervoer.

De 2 pilootprojecten moeten duidelijk maken wat de impact is van het nieuwe concept en waar bijsturing nodig is.

Naar boven

Fase 2: nieuwe proefregio Antwerpen en decreet Basisbereikbaarheid

Verlenging proefprojecten regio’s Leuven en Roeselare tot eind juni 2022

In juni 2019 verliep het wettelijk kader voor het proefproject in regio Leuven en regio Hooglede-Izegem-Ingelmunster-Roeselare. De Vlaamse Regering besliste om het proefproject te verlengen tot eind juni 2022. Er wordt immers gewerkt met de meest kwetsbare leerlingen. Zo’n ingrijpende verandering in het leerlingenvervoer vereist een goede voorbereiding en een grondig overzicht van alle effecten.

Nieuwe regio Antwerpen

Naast een stedelijke en landelijke regio, moet het ook getest worden of de nieuwe aanpak van het leerlingenvervoer werkt in een grootstedelijke regio. Zo kunnen we alle effecten in kaart brengen. Daarom wordt de regio Antwerpen–Schilde–Schoten-Brasschaat toegevoegd aan het proefproject. De regio Roeselare wordt uitgebreid en omvat de gemeenten Hooglede-Izegem-Ingelmunster-Moorslede-Roeselare-Torhout en 1 school voor buitengewoon secundair onderwijs in Tielt.

Decreet Basisbereikbaarheid

Het leerlingenvervoer is een gedeelde bevoegdheid: zowel de Vlaams minister van Onderwijs als de Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken zijn hiervoor verantwoordelijk.

Het decreet Basisbereikbaarheid hertekent het mobiliteitslandschap ingrijpend. Wat dit betekent voor het leerlingenvervoer, is momenteel nog niet duidelijk. De vrijheid die het proefproject biedt, is uitermate geschikt om deze ingrijpende wijziging op te volgen en hierop in te spelen in het leerlingenvervoer. In de 2de fase van het proefproject staat deze samenwerking centraal.

De 3 proefregio’s blijven ook experimenteren met wat de impact is van het nieuwe concept en maken duidelijk waar bijsturing nodig is.
 

Naar boven


Extra informatie

Verwante pagina's

Websites

Documenten