Wat moeten je leerlingen minimaal kunnen?

Het ideaal: vanaf de kleuterklas

Werken rond EHBO gebeurt idealiter al vanaf de kleuterklas. Kleuters leren hulp vragen, terwijl leerlingen uit het lager onderwijs onder meer stilstaan bij de belangrijkste stappen van eerste hulp, leren zorgen voor de veiligheid van zichzelf en anderen, leren verbanden aanleggen en wonden verzorgen.

Ondersteunend materiaal helpt de leerlingen om die vaardigheden te ontwikkelen:

  • De werkwijzen van de pedagogische begeleidingsdiensten
     
  • De leerlijn van het Rode Kruis-Vlaanderen (pdf, 22 p.) (2 MB).
    Die leerlijn duidt per leeftijd aan welke kennis, vaardigheden en attitudes leerlingen moeten aanleren en herhalen. Ze werd voorgesteld en besproken in de commissie Gezondheidsbevordering van de Vlaamse Onderwijsraad en wordt gedragen door vertegenwoordigers van scholen, leerkrachten, ouders en leerlingen.
    De leerlijn is ontwikkeld volgens de principes van evidence-based practice. Daarbij worden conclusies van wetenschappelijke studies aangevuld met:
    • Praktijkervaring
    • Expertise van deskundigen in het domein
    • De voorkeur en de beschikbare middelen van de doelgroep

Lees meer over het onderzoek voor de leerlijn van het Rode Kruis-Vlaanderen: Resuscitation (pdf, 15 p.) (670 kB).

Naar boven

Het minimum: 2 lesuren

Uitgebreide aandacht voor EHBO blijkt op vandaag niet voor alle scholen haalbaar. 

Het minimum om leerlingen die kennis, attitudes en vaardigheden bij te brengen die ze nodig hebben om levens te redden: 2 lesuren levensreddende handelingen met oefeningen in reanimatie en defibrillatie in het 5de leerjaar van het secundair onderwijs en een herhaling ervan in het 6de leerjaar

Het is van belang dat leerlingen daarbij leren hoe ze een slachtoffer moeten benaderen, wat er snel moet gebeuren, wat ze eventueel zelf al kunnen doen en wat ze zeker niet mogen doen.

Onderzoek bevestigt dat jongeren die een basisopleiding kregen, sneller geneigd zijn om te reageren of een defibrillator op te starten.

Naar boven

Basisreanimatie in de juiste volgorde

De ERC-richtlijnen 2015 laten toe dat iedereen kan helpen bij reanimeren:

  • Verzeker je eigen veiligheid, maar ook die van het slachtoffer en de omstaanders.
  • Controleer de reactie en de ademhaling van het slachtoffer en maak de luchtweg vrij.
  • Reageert het slachtoffer niet en is de ademhaling abnormaal? Bel dan de hulpdiensten: 112. Zij begeleiden je tijdens de reanimatie en informeren je over een AED-toestel in de buurt. Vraag eventueel aan omstaanders om het AED-toestel te halen. Zij kunnen ook helpen bij de reanimatie: wissel om de 2 minuten af met reanimeren. (AED: automatisch externe defibrillator);
  • Geef 30 borstcompressies.
  • Kreeg je een reanimatieopleiding? Beadem 2 keer. Kreeg je geen reanimatieopleiding? Hou het dan bij borstcompressies.
  • Is er een AED-toestel beschikbaar? Zet het aan en volg de gesproken instructies. Is er geen AED-toestel beschikbaar? Ga verder met borstcompressies en, als je een opleiding kreeg, beademen.

Om je leerlingen te leren reanimeren kan je een beroep doen op diensten en organisaties binnen en buiten het onderwijsveld.

Naar boven

De keuze van de school

Als school kan je zelf kiezen welk didactisch materiaal en welke leermethode je voor EHBO gebruikt: handboeken, video’s, apps, videotraining, blended learning ...

Besteed aandacht voor de techniciteit van de handelingen en voor de doelstelling dat de leerlingen effectief de stap naar levensreddende handelingen zetten. Werken met apps komt bijvoorbeeld meer en meer voor. Maar niet alle apps zijn even effectief of houden voldoende rekening met de richtlijnen over reanimatie.

Naar boven

Hoe kan je op school EHBO breder inzetten? Wie helpt je daarbij?

De 112-kidscampagne leert je leerlingen wanneer en hoe ze naar het noodnummer moeten bellen.