Beroeps of amateur, een goede kunstenaar is een goede kunstenaar

Directeur Jeroen Frateur (Sint-Lucas Academie Gent) over het hervormde dko en de beroepskwalificaties

Sinds de hervorming van het dko leveren academies de beroepskwalificatie amateur-kunstenaar af. Maar Jeroen Frateur, directeur van de Sint-Lucas Academie in Gent, kijkt de kat nog uit de boom. 'Mijn vraag luidt: wat betekent dat woord, amateur?' Een gesprek.  

Door Lode Delputte

Het gebouw heeft zichzelf een beetje weggemoffeld. Wie op een druilerige januari-ochtend het Gentse Ingelandgat instapt en naar de Sint-Lucas Academie gaat, ziet de directeur haast eerder dan de school zelf. Jeroen Frateur houdt kantoor op de begane grond, pal naast de ingang, achter een glaspartij die binnen en buiten bijna in elkaar doet overlopen.
De passant komt niet zomaar voor Frateurs raam voorbij. De assemblage die voor zijn bureau hangt en er, meer nog, een hele wand bestrijkt, is vanaf het trottoir zichtbaar. Speels, fragiel, poëtisch. Het leven in snippers en relicten, in heden en verleden ook: in het midden van 'de vele dingen die ik bij elkaar raap', zoals Frateur zegt, hangt een uiterst gedetailleerd tafereeltje uit 1948 dat bezit is van de school. “Het schilderij vertoont veel verwantschap met wat eromheen hangt. En het geheel groeit nog, het is nooit af.”
De grijsblauw betegelde voorgevel van Sint-Lucas mag op het eerste gezicht betere tijden hebben gekend, het zachte licht dat van binnen naar buiten komt, schijnt de straat in - en daarmee ook de stad. Sint-Lucas is Gent zoals Gent Sint-Lucas is. Al 150 jaar geeft de Academie er present en zet ze er mee haar stempel op kunst en samenleving.
Jeroen Frateur – groen gelakte jeansvest, blauwe fleece en felrode trui; jonge uitstraling en passie voor tien - werkt in zekere zin op de drempel. Met zicht op zijn werk, zicht ook op de rust of drukte buiten. De directeur staat, net zoals hij dat van zijn team verlangt, 'delend in het leven'.
“Wie niet in staat is te delen, vindt minder makkelijk zijn plaats aan de Academie,” herhaalt hij. “Op Sint-Lucas, deze school én onze zusterschool in Schaarbeek, staat het menselijk aspect centraal. Het is een ankerpunt in ons artistiek en pedagogisch project. We kijken niet alleen naar elk individu, maar meer nog naar elk individueel proces. Bij ons kan een leraar niet zeggen: 'ik sta voor de klas, ik geef les en daarna zie ik wel.' Met beeldende kunstenaars (Sint-Lucas biedt enkel beeldende en audiovisuele kunst aan, ld) die te veel op hun eigen persoon gericht zijn, kunnen we hier weinig aanvangen. Elk van mijn leraren let op de specifieke mens. Uiteraard is dat een groeiproces, maar het heeft onze groep ook ongelooflijk hecht gemaakt. Samenwerking is een absolute kernwaarde.”

Welk soort kunstenaar schuit in jou?

We gaan het uitgebreid over de beroepskwalificaties hebben, maar alvast dát aspect van het niveaudecreet, die samenwerking, heeft Sint-Lucas helemaal in het dna zitten.
Frateur: “Hedendaagse kunst is a priori hybride. Als je me vraagt met welke kunst ik precies bezig ben, tja, dan weet ik het antwoord niet. Ik kan je enkel zeggen dat ik collages en assemblages maak, dat ik ook wel met kleur bezig ben, met abstractie en met vorm. Dat is de hél (met nadruk, lacht), en net daarover willen we het hier hebben.  Dat betekent dat je als school weg wilt van het hokjesdenken om juist heel discipline-overschrijdend te worden. Iemand die bij ons schilderkunst volgt, moet probleemloos noties kunnen krijgen van fotografie, want als schilder wil je misschien met foto's werken in je kunst.”

Maar terwijl het niveaudecreet een hele rist nieuwe artistieke opties mogelijk maakt, kiest Sint-Lucas bewust voor een niet al te groot aanbod. Vanwaar die aanpak?
“Kijk, de overheid vertrok natuurlijk van de vaststelling dat nogal wat scholen de vernieuwingen en hedendaagse kijk op kunst niet in hun project meenamen, en dat het anders moest, dat ook actuelere trends een plaats moesten krijgen in het aanbod. Toch kun je ook met weinig opties echt innovatief bezig zijn. Sint-Lucas heeft besloten om het aanbod beperkt te houden, niet uit behoudsgezindheid, maar omgekeerd, omdat we progressief zijn, omdat we onze maatschappelijke opdracht niet louter in onderwijskundige termen zien, maar vooral in de kunstwereld en artistieke praktijk zelf zitten.”

En dat kan volgens het niveaudecreet?
“We hebben de inspectie op bezoek gekregen en ons verhaal kennelijk met veel overtuigingskracht gebracht, want we hebben echt een goede beurt gemaakt. In het verslag wordt ook met geen woord gerept over het feit dat we te weinig mogelijkheden zouden aanbieden. Integendeel, het wordt duidelijk geapprecieerd dat we, samen met alle collega's, aandacht hebben voor elk individueel leerproces.”

Sint-Lucas hanteert het less-is-more-beginsel. De veelheid schuilt minder in een ruime waaier aan opleidingen dan in een beleid van open deuren, van leraren ook die actief en onbevangen bij elkaar aankloppen om het over de ontwikkeling van deze of gene leerling te hebben. Er is snoeihard aan gewerkt, verzekert Frateur, maar de eilandcultuur die tot 15 jaar geleden nog tussen collega's speelde, behoort finaal tot het verleden.

Vroeger leverden jullie getuigschriften af. Een van de grote nieuwigheden in het decreet zijn de beroepskwalificaties die volwassen leerlingen aan het einde van de vierde graad halen. Hoe kijkt u daar tegenaan?
(slaat een map open en neemt de tekst 'amateur-fotograaf' erbij) “Ik wil die beroepskwalificaties best wel afleveren, uiteraard. Met de Sint-Lucas Academie zitten we op een campus waar ook de kunsthumaniora en hogescholen werken, en al die niveaus en richtingen leveren kwalificaties en diploma's af. Het is dus alleszins een aspect waar we ons intens mee bezighouden. Toch ga ik niet verhullen dat ik kritisch ben, en dat meerdere dingen die in de beroepskwalificaties opgelijst staan, boven de hoofden van de kunstenaars zelf geschreven zijn.”

Volgens het niveaudecreet voorzien de kwalificaties in een heldere opsomming van alle competenties die leerlingen op het einde van hun traject in het deelkunstonderwijs verworven moeten hebben...
“Maar moet een fotograaf die bij ons afstudeert echt garant staan voor de dagelijkse voorzieningen van leveranciers op tentoonstellingen? Want zo staat het er wel hé, letterlijk. Moet hij zorgen voor ontvangst? Voor parking? Voor toiletten en catering? Is dat het werk van een kunstenaar, erop toezien dat de zaal klaarstaat? Of is er iemand die zegt: 'dat doe ik wel even voor u'? Ik denk niet dat die dingen erin gemoeten hadden, ik denk ook niet dat die aspecten bij onze kernopdracht horen.”

Wat betekent dat, amateur?

In de beroepskwalificatie staat dat jullie amateur-kunstenaars afleveren.  
“Dat vind ik echt wel een heel belangrijk aspect. Mijn vraag is alleen: wat betekent dat, amateur?”

Het komt, dacht ik, van het Latijnse werkwoord amare, houden van.
“Mijn team en ik leven helemaal voor dit werk, Sint-Lucas heeft een ziel die ons niet loslaat. Ik voel die zodra ik hier een stap binnen zet. Maar, en ik ga daar niet flauw over doen, het knaagt ook dat ik slechts twee dagen per week in mijn atelier kan werken, op maandag en vrijdag. Alleen, ben ik om die reden een amateur-kunstenaar? Bent u een amateur-journalist omdat u maar deeltijds als journalist aan de slag bent? Schrijft u daarom minder goede stukken? Neen, ik heb kinderen die allemaal eten en studeren, ik moet centen binnenbrengen, ik ben daar heel pragmatisch in. Maar ik noem me wél een professioneel kunstenaar.”

Maar in de beroepskwalificatie amateur-kunstenaar zitten, anders dan in de diploma's die hogescholen afleveren, geen administratieve of boekhoudkundige vaardigheden.
“En in die zin kun je inderdaad kiezen voor de term amateur, wij bieden nu eenmaal niet het vak bedrijfsbeheer aan. Dat vak heb ik aan de Luca School of Arts wel gehad, maar het neemt niet weg dat ik het na mijn afstuderen ook maar heb moeten uitzoeken. Een btw-nummer vragen en zo, en stoten op mensen die je zeggen: 'hé, zou jij toch niet beter een opleiding doen om ook je papierwerk wat beter in de vingers te krijgen?' En dan zeg ik neen! Iemand die vanuit onze opleiding doorgroeit naar een professioneel niveau en echt wel met zijn artistieke prestaties in de wereld staat, die in kunstgalerijen in binnen- en buitenland terechtkomt en noem maar op, die vindt zijn weg financieel ook wel hoor! Ik vind echt niet dat dat amateurs zijn.”

Zoveel is duidelijk, en eerlijk is eerlijk: echt lekker zit het woord Jeroen Frateur niet; aan de academie wordt het vooralsnog met weinig trots gedragen, net zomin als de leraren van het begrip 'hobby' houden. Een getalenteerde fotograaf is een getalenteerde fotograaf, punt uit. Daar spreken in de eerste plaats zijn foto's voor, dan pas het papier waarop kwalificatie x of y staat. De directeur wil dan ook vermijden dat de beroepskwalificatie een valkuil wordt die mensen in hun kunstenaarschap vastpint en beknot. Die weegt op “het stuk vrijheid” dat ze aan het DKO komen zoeken.
“Volgens het decreet kunnen de beroepskwalificaties al na vier jaar. Persoonlijk vind ik dat aan de korte kant. Mensen moeten eerst kunnen specialiseren, naar een ruimere autonomie kunnen werken. De regelgeving stimuleert iedereen om af te studeren, dat begrijp ik wel, maar niet iedereen wíl dat per se en je kunt mensen ook niet dwingen. We moeten er dus blijven op letten dat het kader niet te dwingend wordt voor leerlingen, anders riskeer je hen te verliezen. Dan zijn we hen kwijt voor ze het hele parcours zinvol hebben afgelegd. Al zal die persoon op een dag misschien wel het SMAK binnenlopen en zich verrijkt voelen, terwijl hij voorheen zelfs in een laagdrempelig museum nooit een stap zou hebben binnen gezet. In dat geval heeft onze aanpak wel degelijk iets opgeleverd en hebben we die mens geraakt, zonder dat hij of zij misschien aan de beroepskwalificatie toegekomen is. Die kán een einddoel zijn, maar niet voor elke leerling.”  

Kunst is kunst

Hoe verzoenen jullie de beroepskwalificaties met jullie discipline-overschrijdende insteek? Dreigen sommige mensen toch niet te verdwalen in de vele mogelijkheden?
“Neen, ze worden ook ingeschreven in één welbepaalde optie. Schilderkunst en fotografie hebben nog altijd eigen visies op compositie, beeldkeuze, verhaallijn, abstractie en de contrastwerking tussen donker en licht. Maar het is rigide om te vinden dat iemand die keramiek studeert alleen maar met de handen in de klei moet zitten. We voelen dat mensen in hun evolutie zelf ook meer en meer naar openingen zoeken, naar een horizontale blik. Kunst is kunst hé, het gaat over raken, over bewogen raken, over emotie, over gegrepen worden, zoals ikzelf enige tijd geleden door het werk van fotograaf Stephan Vanfleteren. Ik ben zelf geen fotograaf, maar o wat kan ik gegrepen worden door het werk van die man!
Maar om terug te komen op de schilder die naar de beeldhouwklas trok: die leerling wilde waar hij als schilder mee bezig was ook in hout en steen en gips verbeelden. Wij waren er om hem mee te helpen zoeken. En uiteraard vroegen we ons af: zijn we nu een schilder aan het opleiden, wordt het toch een beeldhouwer, of gewoon iemand die grote behoefte heeft aan kunstbeleven? Die persoon zal allicht zijn beroepskwalificatie binnenhalen, maar hij zal ook een degelijk begrip van ruimtelijk werk hebben meegekregen.”

Voor de meeste opleidingen is de beroepskwalificatie niet zozeer op de arbeidsmarkt gericht, dan wel op de maatschappelijke relevantie, aangezien heel wat afgestudeerden naar de sector van de amateurkunsten doorstromen. Het is wat Frateur de “civiele waarde” van de kwalificatie noemt. “Maar ik blijf het onderstrepen: vóór hij daar aankomt, is het niet minder belangrijk dat een leerling de nodige tijd krijgt om zijn eigen artistieke persoonlijkheid te ontdekken. Beetje bij beetje voel je het bij die mensen dan knagen en rammelen. Er komt iets in beweging, er gebeurt iets dat niet meer stopt, en dan vindt die persoon dat een overwinning. En wij vinden dat natuurlijk óók een overwinning, want hoe meer kunstenaars de samenleving telt, hoe meer een samenleving voor kunst- en cultuurbeleving gaat, hoe milder ze zal worden. Maar juist daarom is het belangrijk dat wij onze mensen breed leren kijken.”
En hij haalt nóg een voorbeeld aan: “iemand uit de richting interieurvormgeving die enkele weken lang bezig is in de tekenrichting omdat ze vond dat er meer moest gebeuren op het vlak van haar tekenvaardigheid. De twijfel is daar groot: wil ze interieurvormgeefster worden of kiest ze toch veeleer voor tekenkunst? Het wordt een van beide, maar ook binnen de beroepskwalificaties, die toch vrij verticaal werken, vinden wij het cruciaal dat hier op school alles organisch in elkaar kan overlopen, de toegepaste en de vrije kunsten, met de nodige aandacht voor het proces, niet alleen de kennis of het eindresultaat.”

Jeroen Frateur laat de fraaie programmafolders zien die Sint-Lucas heeft gemaakt, hij schenkt verse koffie in, een medewerkster brengt hem zijn post. Het is eigen aan mensen dat sommigen happiger zijn op vernieuwingen dan anderen, en ook hijzelf moet nog wel eens naar zijn begeleidingsdienst bellen over dit of dat hiaat dat hij in het niveaudecreet tegenkomt - inderdaad ook over de beroepskwalificaties in de vierde graad. Toch is hij in zijn nopjes met de manier waarop zijn school de hervorming heeft omarmd.

Vertrekken vanuit de mens

De hele sector wist uiteraard wel dat de hervorming van het dko er zat aan te komen. Door er vanuit de eigen identiteit op vooruit te lopen heeft Sint-Lucas het decreet feilloos naar zijn pedagogische project vertaald. Hoe zijn jullie in je werk gegaan, en hoe hebben jullie de brug naar de beroepskwalificaties geslagen?  
“We wilden natuurlijk vermijden dat we plots de vinger niet meer aan de pols van het hedendaagse kunstgebeuren zouden hebben. Niet dat wij per se van iedereen een hedendaags kunstenaar moeten willen maken, maar voor Sint-Lucas was het zaak onze eigenheid te bewaken binnen de geplande hervorming. We wisten niet hoe de basiscompetenties er uiteindelijk precies uit zouden zien en de beroepskwalificaties waren nog helemaal niet bekend. Wat we toen dus gedaan hebben, is de zaak omkeren: samen met het Katholiek Onderwijs Vlaanderen zijn we beginnen opschrijven wat de kern van ons onderwijs precies is, wat wij interessant en zinvol vonden in ons project, hoe wij de leerlingen moesten confronteren om hen richting te geven en welke concrete doelstellingen we daaruit konden halen. We hebben de hulp gekregen van professionele leerplanschrijvers en uiteindelijk heeft dat voor alle leraren begrijpbare leerplannen opgeleverd die helemaal van ons waren en waar we binnen het decreet mee aan het werk gegaan zijn, optie per optie. Het is vanuit onze leerplannen dat we de koppeling met de beroepskwalificatie hebben gezocht, en niet omgekeerd.”

Jullie werken vakoverschrijdend, maar zoiets kan pas als de vakinhouden niet te rigide zijn...
“Dat zegt de inspectie ook en zo staat het ook in het niveaudecreet. Toch wordt er nog altijd te veel ingezet op kennis en inzicht. Vandaar dat wij blij zijn met de basiscompetenties, omdat die allemaal op hetzelfde niveau staan, een voor een vertrekken vanuit de mens en allemaal een stuk van die mens belichten. Het is belangrijk dat alles ook in het decreet een plaats gekregen heeft, dat het structureel geworden is en benoemd wordt.”  

Wat is het ultieme doel dat Sint-Lucas met zijn leerlingen wil bereiken?
“Dat is op een tentoonstelling arriveren en van je sokken geblazen door een kunstwerk. En daarna vaststellen dat dat werk bij ons gemaakt is, door een leerling die bij ons afstudeert. Als een werk zo'n effect heeft, dan wil dat zeggen dat het genoeg autonomie verworven heeft om te doen wat het moet doen: mensen pákken. Dat is de kern van de amateurkunsten én van de kunsten tout court!”