Volwassenenonderwijs in Vlaanderen. Informatie voor cursisten, centra en personeel
Volwassenenonderwijs


Personeelsadministratie CVO

Met ingang van 1 september 2011 zijn er opnieuw een aantal wijzigingen in de personeelsregelgeving.
In dit
overzichtsdocument (pdf, 12 p.) vindt u alle informatie die uw centrum nodig heeft voor de start van het nieuwe schooljaar.

lsdkjfsjflskdfjdslfjdjsf

 

Welke ambten zijn er in het volwassenenonderwijs?

In een CVO kunnen de personeelsleden een betrekking uitoefenen in een of meer ambten.  Ambten zijn ingedeeld in categorieën (bestuurs- en onderwijzend personeel of ondersteunend personeel) en soorten (wervings-, selectie- of bevorderingsambten). Dat is belangrijk voor de toepassing van de decreten rechtspositie.

Het is juridisch belangrijk dat de statutaire aanstellingen, het vacant stellen en de vaste benoemingen op basis daarvan gebeuren. Vanaf 1 september 2010 zijn er nieuwe ambtsbenamingen, maar dankzij de ambtshalve concordantie behouden personeelsleden de rechten die ze voorheen opbouwden. Meer daarover leest u in de omzendbrief:
VWO/2010/01(pers) - De ambten en hun prestatieregeling in de centra voor volwassenenonderwijs

Bestuurs- en onderwijzend personeel

Wervingsambten:

- leraar secundair volwassenenonderwijs
- lector

Selectieambten:

- adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs
- adjunct-directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding
- technisch adviseur

Bevorderingsambten:

- directeur
- technisch adviseur-coördinator

Ondersteunend personeel

Wervingsambt:

- administratief medewerker

naar boven

 

Wat is een betrekking in het volwassenenonderwijs?

De betrekking is de opdracht die een personeelslid uitoefent
 
- in een bepaald CVO;
- in een bepaald ambt;
- voor een bepaald volume (opdrachtbreuk).

Wanneer het om een opdracht van een leraar of lector gaat, wordt de betrekking verder gedefinieerd.

Voor de lector in een modulaire opleiding door:
- een bepaalde opleiding of module (structuurschema of opleidingsprofiel)

Voor de lector in een lineaire opleiding door:
- een bepaald vak/specialiteit (document 8).

Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs in een opleiding georganiseerd op basis van een goedgekeurd opleidingsprofiel door:
- een bepaalde opleiding als het bekwaamheidsbewijs op het niveau van de opleiding is vastgesteld
- een bepaalde module als het bekwaamheidsbewijs op het niveau van de module is vastgesteld.

Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs in een lineair of voorlopig modulaire opleiding door:
- een bepaald vak/specialiteit
- in een daarbij horende onderwijsvorm en onderwijsgraad.

Voorbeelden

1. Betrekking van een lector in een modulair georganiseerde opleiding:
lector 10/20
Chemie en textiel (opleiding)in CVO A.

2. Betrekking van een lector in een lineair georganiseerde opleiding:
lector 10/20 TV Bank- en financiënleer in CVO B.

3. Betrekking van een leraar in het secundair volwassenenonderwijs in een opleiding georganiseerd op basis van een goedgekeurd opleidingsprofiel, ook definitief goedgekeurde opleiding geheten:
leraar secundair volwassenenonderwijs 12/25
Borduren (opleiding) en 10/24 Modeverkoop(module) aan CVO C.

4 Betrekking van een leraar in het secundair volwassenenonderwijs in een voorlopige modulaire opleiding:
leraar secundair volwassenenonderwijs 9/23 TV Tuinbouw TSO3 en 14/23 PV Tuinbouw TSO3 aan CVO D.

Wanneer het om een opdracht van een administratief medewerker gaat, dan is de vermelding van het opleidingsniveau nodig. Dit wil zeggen de puntenwaarde die met het gevraagde opleidingsniveau overeenstemt:
- 63 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste HSO';
- 82 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste PBA';
- 120 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste master'.

Voorbeeld van een betrekking van een administratief medewerker:
administratief medewerker 82 punten 19/32 aan CVO A.

Voor het zenden van de opdrachten, verwijzen wij voor de ambten, modulen, opleidingen en vakken naar de basistabellen op de
website personeelsadministratie van EDISON. Voor de lector zijn er geen tabellen met modulen of vakken.

naar boven

 

De aanstelling van een personeelslid in het volwassenenonderwijs

Met welke middelen kan een CVO een personeelslid aanstellen?

Een betrekking wordt opgericht met de middelen die de overheid aan een erkend CVO toekent conform
het hoofdstuk II van het decreet volwassenenonderwijs van 15 juni 2007.

Elk CVO heeft recht op een voltijds ambt van directeur.

De andere personeelsleden die een bestuursambt of een ambt van het ondersteunend personeel uitoefenen, worden aangesteld met de
puntenenveloppe. Het gaat om betrekkingen in het ambt van:
- adjunct-directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding;
- adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs;
- technisch adviseur - coördinator;
- technisch adviseur;
- administratief medewerker.

De leraars worden aangesteld met het pakket leraarsuren. We maken een onderscheid tussen de betrekking van:
- leraar in het hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding;
- leraar in het secundair volwassenenonderwijs.

Een CVO is niet verplicht om de toegekende leraarsuren enkel aan te wenden voor het aanstellen van leraars met een lesopdracht. Het kan de leraarsuren in beperkte mate ook gebruiken voor het organiseren van een coördinatieopdracht (CU). Deze opdracht wordt dan gelijkgesteld met een betrekking in een ambt van leraar SVWO of lector. Het CVO kan ook in beperkte mate leraarsuren omzetten naar middelen voor de aanwerving van voordrachtgevers of overdragen naar een ander CVO of naar een volgend schooljaar.

Meer daarover leest u in
de omzendbrief over de organisatie van het onderwijs CVO van 5 juli 2007.

Het pakket leraarsuren wordt eveneens aangewend voor het aanstellen van personeelsleden in een LIO-baan (leraar-in-opleiding).

Daarnaast krijgt een CVO dat deel uitmaakt van een samenwerkingsplatform bijkomende middelen om
personeelsleden aan te stellen met ICT-middelen.

De aanstelling gebeurt in een betrekking van
- leraar secundair volwassenenonderwijs;
- lector;
- technisch adviseur–coördinator;
- technisch adviseur;
- administratief medewerker.  

Wat is de rechtspositie van een personeelslid in het volwassenenonderwijs?

Een CVO moet de personeelsleden waarvoor het een salaris via de werkstations van de afdeling Volwassenenonderwijs aanvraagt, statutair in een betrekking aanstellen rekening houdend met de rechtspositie die op hen van toepassing is:

- in een CVO van het gemeenschapsonderwijs conform de bepalingen van het
decreet rechtspositie personeel gemeenschapsonderwijs;
- in een CVO van het officieel of vrij gesubsidieerd onderwijs conform de bepalingen van het
decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

Wat zijn de aanstellingsvoorwaarden?

Elk personeelslid waarvoor het CVO een salaris aanvraagt, moet aan een aantal specifieke voorwaarden voldoen.

Deze aanstellingsvoorwaarden zijn vastgelegd in
artikel 17 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs
en in artikel 19 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

Wie is bevoegd om een personeelslid aan te werven en wat is de rol van het werkstation?

De uiteindelijke beslissing om een personeelslid aan te werven, al of niet te benoemen of te ontslaan, behoort tot de bevoegdheid van de werkgever (i.c. het centrumbestuur) van het personeelslid. In het gemeenschapsonderwijs is de directeur bevoegd om een tijdelijk personeelslid van bepaalde duur aan te stellen. De Vlaamse overheid treedt in het onderwijs immers enkel op als financierende of subsidiërende overheid en niet als directeur, centrumbestuur of werkgever.

Het werkstation van het Ministerie van Onderwijs en Vorming controleert alleen of de voorwaarden inzake bezoldiging worden nageleefd. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in het decreet Volwassenenonderwijs van 15 juni 2007. Ze stemmen grotendeels overeen met de in de rechtspositie bepaalde aanstellingsvoorwaarden, maar zijn beperkter in aantal. Meer bepaald zijn de voorwaarden inzake de dienstplicht en het onberispelijk gedrag geen subsidiëring- of financieringsvoorwaarden.

Welke documenten moeten aan het werkstation overgemaakt worden bij een aanstelling?

Hoewel de zendingen van de opdrachten elektronisch gebeurt, is de onderwijsinstelling waar een personeelslid voor het allereerst in dienst treedt, verplicht om basisdocumenten over te maken.

Deze basisdocumenten dienen als bewijs dat het personeelslid aan de bezoldigingsvoorwaarden voldoet. Het werkstation dat het eerste personeelsdossier beheert, voert ze in het elektronische personeelsdossier in.

Wanneer het personeelslid daarna ook in een andere onderwijsinstelling in dienst treedt, kan de dossierbeheerder de gegevens elektronisch raadplegen of het personeelsdossier binnen het Ministerie zelf opvragen. De documenten moeten dus geen tweede maal verstuurd worden tenzij nieuwe documenten nodig zijn voor de uitoefening van een ander ambt of opdracht.

Eens het bewijs geleverd dat een personeelslid aan de bezoldigingsvoorwaarden voldoet voor de uitoefening van de betrekking waarin het CVO hem aanstelt, is het de taak van de afdeling Volwassenenonderwijs om dit personeelslid tijdig en correct te bezoldigen.

In te sturen documenten:

Een personeelslid treedt voor het eerst in dienst in het onderwijs

Een personeelslid is al in dienst (geweest) in het onderwijs

Welke voorrangsregeling geldt er bij een aanstelling?

Er bestaan twee soorten tijdelijke aanstellingen in wervingsambten:

- de tijdelijke aanstelling van een bepaalde duur voor maximaal een schooljaar in een vacante betrekking of in een niet-vacante betrekking ter vervanging van de titularis;

- de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in een vacante betrekking, maar ook in een niet vacante betrekking overeenkomstig de bepalingen van artikel 21 van het DRP personeelsleden gemeenschapsonderwijs en artikel 23 van het DRP personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. Deze personeelsleden moeten bij voorrang worden aangesteld.

Meer uitleg en voorbeelden vindt u in de omzendbrief PERS/2003/05 - Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (6/06/03).

naar boven

 

De bezoldiging van een personeelslid in het volwassenenonderwijs

Welke zijn de bezoldigingsvoorwaarden?

Om de rol als 'derde betaler' uit te oefenen controleert het werkstation bij de indiensttreding de volgende bezoldigingsvoorwaarden t.a.v. het personeelslid:

1. Onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie, behoudens door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling;
2. De burgerlijke en politieke rechten genieten, behoudens een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling van nationaliteitsvoorwaarde ;
3. In het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs zoals door de Vlaamse regering voor het ambt bepaald;
4. Medisch geschikt zijn;
5. Aangesteld zijn met inachtneming van de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
6. Voldoen aan de taalwetgeving.

Daarnaast controleert het werkstation ook nog een aantal bezoldigingsvoorwaarden t.a.v. de betrekking:

1. Een betrekking bekleden die op grond van de regels inzake de personeelsformatie kan bezoldigd worden;
2. Een betrekking bekleden die in toepassing van de cumulatieregels kan bezoldigd worden;
3. Bij vervangingsopdrachten aangesteld zijn in een betrekking die naar duur en tijdstip voor bezoldiging in aanmerking komt.

Welke prestatie- en bezoldigingsregeling geldt in het volwassenenonderwijs?

Volgende reglementering is van toepassing op de personeelsleden van het volwassenenonderwijs:

- Besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2010 betreffende de prestatieregeling en de vaststelling van het recht op een salaris in een ambt in de centra voor volwassenenonderwijs;

- K.B. van 10 maart 1965 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der leergangen met beperkt leerplan afhangend van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur;

- Besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2010 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs;

- Besluit van de Vlaamse regering van 9 februari 2001 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de prestatie- en bezoldigingsregeling voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs;

- K.B. nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan evenals de wijzigingen door het besluit van de Vlaamse regering van 23 november 2001 betreffende sommige bezoldigingsaspecten van personeelsleden die een wervingsambt uitoefenen in centra voor volwassenenonderwijs.

Welke zijn de cumulatieregels?

Vanaf 1 september 2009 is er enkel sprake van cumulatie binnen onderwijs. Prestaties in een universitaire instelling, hogeschool of in een centrum voor basiseducatie tellen voor de toepassing van deze regelgeving niet mee.

Men spreekt evenmin van cumulatie als een personeelslid naast zijn onderwijsopdracht nog een hoofdberoep als zelfstandige of loontrekkende uitoefent.

Binnen het onderwijs kan een personeelslid prestaties uitoefenen tot 140%.   Zo kan een personeelslid dat al een ambt met volledige prestaties uitoefent, normaal slechts bijkomende onderwijsopdrachten tot 40% van een voltijds ambt opnemen.

Meer uitleg vind je ook in de omzendbrief betreffende de cumulatieregeling van 25 oktober 2005.  

Voor de regelgeving vanaf 1 september 2009 verwijzen we eveneens naar de presentatie van de infosessie 'Personeel CVO' van 4 september 2009 van de Afdeling Volwassenenonderwijs.

De bezoldiging van prestaties in hoofdambt en bijbetrekking

De vaststelling van de prestaties als hoofdambt of als bijbetrekking is van belang voor de rechtspositie en de bezoldiging van de personeelsleden.

1. Vaststelling van de onderwijsprestaties als hoofdambt/bijbetrekking

Artikel 2 van het koninklijk besluit nummer 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs met beperkt leerplan, bepaalt specifiek voor het personeel van de centra voor volwassenenonderwijs welke onderwijsprestaties als bijbetrekking en welke onderwijsprestaties als hoofdambt moeten beschouwd worden.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs die opnieuw in actieve dienst treden of prestaties leveren die als overwerk of bijbetrekking worden beschouwd, wijzigt vanaf 1 september 2009 vermeld artikel 2.

Het hoofdambt en de bijbetrekking wordt voor alle ambten en personeelscategorieën op dezelfde manier vastgesteld. Er is geen onderscheid tussen de selectie- en bevorderingsambten enerzijds en de wervingsambten anderzijds.

Hierna een schematisch overzicht voor de vaststelling hoofdambt en bijbetrekking van toepassing op alle personeelsleden van een CVO:


Hoofdambt in het onderwijs
 

Bijbetrekking in CVO 

Ambt met volledige prestaties in onderwijsinstelling(en) voltijds onderwijs, buiten hogeschool en basiseducatie 

Prestaties in CVO('s) 

Ambt met volledige prestaties in één of meer CVO's en of DKO-scholen  

Prestaties in CVO('s) boven de gepondereerde eenheid, dus ook de eventuele resturen in CVO waar al prestaties meetellen om de eenheid te bereiken in hoofdambt.  

Ambt met volledige prestaties dat volgens de ponderatieregel gevormd is door een ambt met onvolledige prestaties in onderwijsinstelling(en) voltijds onderwijs, buiten hogeschool en basiseducatie, en een ambt met onvolledige prestaties in één of meer CVO's en/of DKO-scholen 

Prestaties in CVO('s) boven de gepondereerde eenheid, dus ook de eventuele resturen in CVO waar al prestaties meetellen om de eenheid te bereiken in hoofdambt. 

Niet uitsluitend ambt 

Prestaties in CVO('s) 


Beroepsbezigheden of inkomsten buiten onderwijs tellen vanaf 1 september 2009 niet meer mee om het hoofdambt of bijbetrekking te bepalen 

Gecombineerde opdrachten met andere onderwijsinstellingen

Personeelsleden die een gecombineerde opdracht uitoefenen, met name één of meer hoofdambten in het volledig leerplan of deeltijds kunstonderwijs en tevens in een centrum voor volwassenenonderwijs waarvan de prestaties in geen van de onderwijsvormen afzonderlijk de norm bereiken voor een ambt met volledige prestaties, worden in hoofdambt bezoldigd tot de gepondereerde eenheid. De onderwijsprestaties in andere onderwijsvormen dan volwassenenonderwijs krijgen voorrang bij de uitbetaling. De resturen in het volwassenenonderwijs worden als bijbetrekking bezoldigd tot maximum 40% van een voltijds ambt.

Opgelet: Wanneer een personeelslid ook prestaties heeft in andere onderwijsinstellingen dan CVO, dan tellen voor de toepassing van deze regelgeving prestaties in een hogeschool, een centrum voor basiseducatie of in een ambt van het administratief personeel (bezoldigd overeenkomstig KB 1/12/1970) niet mee om het hoofdambt of de bijbetrekking te bepalen.

Voorbeeld 1:
CVO: leraar SVWO 10/20 + 15/25
- hoofdambt: voltijdse prestaties in CVO (10/20+13/25)
- bijbetrekking: 2/25 in hetzelfde CVO.

Voorbeeld 2:
CVO 1: adjunct-directeur SVWO 27/36
CVO 2: leraar SVWO 7/20
- hoofdambt: voltijdse prestaties in CVO 2 (7/20) en CVO 1 (24/36) samen
- bijbetrekking:
3/36  in CVO

Voorbeeld 3:
School gewoon secundair onderwijs: leraar 12/20
CVO: lector 13/20
- hoofdambt: voltijdse prestaties in gewoon secundair onderwijs (12/20) en CVO (8/20) samen
- bijbetrekking: 5/20 in CVO

Voorbeeld 4:
Hogeschool: docent 70%
CVO 1: lector 8/20
CVO 2: leraar SVWO 5/20
- hoofdambt: 8/20 in CVO 1 en 5/20 in CVO 2, want vanaf 1/9/2009 wordt geen rekening meer gehouden met prestaties in hogeschool (70%)

Voorbeeld 5:
School deeltijds kunstonderwijs: leraar 15/22
CVO: administratief medewerker: 17/32
- hoofdambt: voltijdse prestaties in deeltijds kunstonderwijs (15/22) en CVO (11/32)
- bijbetrekking: 6/32 in CVO

Voorbeeld 6:
Zelfstandige
CVO: 9/20
- hoofdambt: 9/20 in CVO, want vanaf 1/9/2009 wordt geen rekening meer gehouden met netto belastbare inkomsten buiten onderwijs. Dus ook niet meer uit zelfstandig beroep.

Voorbeeld 7:
Bediende in een privéonderneming
CVO 1: lector 4/20
CVO 2: leraar SVWO 6/20
- hoofdambt: 4/20 in CVO 1 en 6/20 in CVO 2, want vanaf 1 september 2009 wordt geen rekening meer gehouden met volume noch met netto belastbare inkomsten buiten onderwijs. Dus ook niet meer met deze als werknemer buiten onderwijs.

Voorbeeld 8:
School deeltijds kunstonderwijs(DKO): opsteller 19/38
CVO : administratief medewerker 28/32
- hoofdambt: 28/32 in CVO (en in feite ook 19/38 in DKO).
Voor de personeelscategorie administratief personeel waartoe het ambt van opsteller behoort, is geen hoofdambt of bijbetrekking vastgelegd.
De totale bezoldiging wordt evenwel tot 140% beperkt. De beperking van de bezoldiging gebeurt in het minst bezoldigde ambt.

Voorbeeld 9:
Centrum voor basiseducatie (CBE): leraar 12/36
CVO : leraar SVWO 18/23
- hoofdambt: 18/23 in CVO (en in feite ook 12/36 in CBE).
Voor de personeelsleden van de CBE is er geen hoofdambt of bijbetrekking vastgelegd.

2. Bezoldigingswijze bijbetrekkingen

Vanaf 1 september 2009 is de bezoldiging van de bijbetrekking geregeld bij
artikel 7 van het nieuwe besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2010 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs die opnieuw in actieve dienst treden of prestaties leveren die als overwerk of bijbetrekking worden beschouwd.

Vanaf 1 september 2009 ontvangen alle personeelsleden, ongeacht of ze in de bijbetrekking vast benoemd of tijdelijk aangesteld zijn, een loon aan de geldelijke anciënniteit en de opdrachtbreuk alsof ze de prestaties in hoofdambt zouden uitoefenen.

Voorbeeld 1:
Een personeelslid oefent sedert 1 september 1976 prestaties uit in het gewoon secundair onderwijs. Vanaf 1 september 1978 oefent hij 7/20 adjunct-directeur uit in een CVO. Hij werd daarvoor vast benoemd in bijbetrekking op 1 juni 1982. Op 1 september 2010 oefent hij nog steeds een voltijds ambt in het gewoon secundair onderwijs en een bijbetrekking van
13/36 (= gepondereerde 7/20) adjunct-directeur in een CVO uit. Hij ontvangt voor september 2010 voor zijn bijbetrekking als adjunct-directeur een salaris van 13/36 met 34 jaar geldelijke anciënniteit.

Voorbeeld 2:
Een personeelslid is van 1 januari 1998 tot en met 31 augustus 2006 ambtenaar bij het Ministerie van Financiën en vanaf 1 september 2006 voltijds adjunct-directeur in het gewoon secundair onderwijs. Sedert 1 september 2009 oefent hij een opdracht van 5/20 in het ambt van leraar in een CVO uit als bijbetrekking. Voor september 2010 ontvangt hij voor zijn bijbetrekking een salaris van 5/20 met een geldelijke anciënniteit van 12 j 8 m of 8 j 8 m als ambtenaar vermeerderd met 3 j als personeelslid in het gewoon secundair onderwijs
en 1 jaar in het CVO.

3. Maximaal bezoldiging in hoofdambt/bijbetrekking

AMBT 

 

Max bezoldiging in hoofdambt (= noemer opdrachtbreuk)  

Max bezoldiging in bijbetrekking 

Directeur

 

20/20 

Organiek geen bijbetrekking mogelijk 

Adjunct-directeur SVWO

 

36/36 


15/36
 

Adjunct-directeur HBO/SLO 

 

36/36

15/36 

Technisch adviseur-coördinator  

 

36/36

15/36

Technisch adviseur  

 

36/36

15/36

Administratief medewerker

 

32/32

13/32

Leraar  SVWO

Studiegebied N=20

20/20 

8/20 

Studiegebied N=21

21/21

9/21

Studiegebied N=22

22/22

9/22

Studiegebied N=23

23/23

10/23

Studiegebied N=24

24/24

10/24

Studiegebied N=25

25/25

10/25

Lector

20

20/20

8/20

Belangrijke opmerking: Vanaf 1 september 2009 is er geen afwijking meer mogelijk voor onderwijsprestaties die de 140% overschrijden of voor een bijbetrekking die (de gepondereerde) 40% overschrijdt van een voltijds ambt.

Meer uitleg vindt u in de recent gewijzigde omzendbrief PERS/2005/21 van 25 oktober 2005.

Voor de wijzigingen vanaf 1 september 2009 verwijzen we eveneens naar de presentatie van de infosessie 'Personeel CVO' van 4 september 2009 van de Afdeling Volwassenenonderwijs.

naar boven

Aan welke taalwetten moet een personeelslid beantwoorden?

1. Leveren van een taalbewijs op ERK niveau.

Met ingang van 1 september 2009 is een nieuwe regeling van kracht betreffende de vereiste taalkennis bij een aanstelling van een personeelslid in het onderwijs. Het gaat om de kennis van het Nederlands als onderwijstaal.

De nieuwe voorwaarden zijn opgebouwd op basis van een niveau van het Europees Referentiekader voor Talen (ERK). De niveaus verschillen naargelang het ambt dat een personeelslid uitoefent.  

 Ambt dat personeelslid uitoefent 

 Vereist niveau van taalkennis  

 
- directeur
- adjunct-directeur SVWO en adjunct-directeur HBO/SLO
- technisch adviseur- coördinator
- technisch adviseur
- leraar SVWO en lector

 

C1 


 leraar SVWO in een levende vreemde taal


B2 


 leraar SVWO in de opleidingen

- Arabisch RG1 en RG2
- Bulgaars RG1 en RG2
- Chinees RG1 en RG2
-
Fins RG1 en RG2
- Grieks RG1 en RG2
- Hongaars RG 1 en RG2
- Japans RG 1 en RG2
- Pools RG1 en RG2
- Russisch RG1 en RG2
- Servisch-Kroatisch RG1 en RG2
- Tsjechisch RG1 en RG2
- Turks RG 1 en RG2 


B1 


 administratief medewerker


B2 

Opgelet

Tijdens het schooljaar 2009-2010 moesten de leraars Arabisch, Chinees, Grieks, Japans, Pools, Russisch en Turks het taalbewijs Europees Referentiekader niveau A2 bewijzen. Dit is gewijzigd. Vanaf het schooljaar 2010-2011 moeten zij evenals de leerkrachten die Bulgaars, Fins, Hongaars, Servisch-Kroatisch en Tsjechisch geven het bewijs kunnen leveren van taalniveau B1.

2. Hoe toont een personeelslid de vereiste kennis van de onderwijstaal aan?

- Het personeelslid heeft een erkend studiebewijs in het Nederlands behaald aan een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling of elders (vb Nederland) dat volstaat om zijn ambt te mogen uitoefenen (VE, VO of AND).

- Iemand die een erkend pedagogisch bekwaamheidsbewijs in het Nederlands behaald heeft voldoet eveneens aan de taalvereiste.

- Het personeelslid dat een anderstalig studiebewijs of enkel nuttige ervaring heeft, kan de vereiste taalkennis aantonen door het behalen van een studiebewijs Nederlands waarvan het niveau beantwoordt aan het vereiste ERK- niveau voor het uitoefenen van het ambt (zie vorig punt) zoals:

- Een personeelslid dat de kennis van de onderwijstaal niet kan aantonen door een Nederlandstalig studiebewijs, kan dit ook doen door te slagen in een examen georganiseerd door:

Overeenkomst tussen RG en vereiste niveau ERK voor de ambten in CVO:
Richtgraad    Niveau 
Richtgraad 2  Treshold  B1 
Richtgraad 3  Vantage  B2 
Richtgraad 4  Effectiveness  C1

Opgelet: Het CVO moet voor elk personeelslid dat het aanstelt één van voorgaande bewijzen aan het werkstation bezorgen om aan te tonen dat hij/zij de nodige taalkennis heeft om zijn ambt uit te oefenen.

Als het gaat over een taalopleiding NT2 in een CVO heeft het geen zin om deelcertificaten op te sturen, noch om getuigschriften Nederlands af te leveren die niet beantwoorden aan het ERK zoals van NT2 behaald vóór 1 september 2004.

3. Taalafwijking

Wanneer een directeur (CVO Gemeenschapsonderwijs) of een centrumbestuur voor een betrekking moeilijkheden heeft om een personeelslid met de juiste taalkennis aan te stellen, kan het voor dit personeelslid een tijdelijke taalafwijking aanvragen.

De aanvraag van een taalafwijking gebeurt door in de RL-1, waarmee de opdracht van het personeelslid wordt gemeld, JA te noteren in het veld "Geen kandidaat vereiste taalkennis". Daardoor vervalt de procedure via het aanvraagformulier op papier.

Deze tijdelijke afwijking geldt voor een duur van 3 kalenderjaren te rekenen vanaf de eerste aanstelling van het personeelslid in een ambt in de personeelscategorie bedoeld in punt 3.1. van de omzendbrief van 19 januari 2010 over de vereiste taalkennis bij een aanstelling in het onderwijs.

naar boven

Welke bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen gelden in het volwassenenonderwijs voor het personeel?

De personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs worden bezoldigd conform de bepalingen van het
besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2010 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs.

Opdat een personeelslid van een CVO financierbaar/subsidieerbaar zou zijn, moet hij/zij houder zijn van één of meer bepaalde bekwaamheidsbewijzen.

Het bovenvermelde besluit bepaalt de bekwaamheidsbewijzen en de daaraan verbonden salarisschalen voor de ambten van

- directeur    
    van een CVO met hoger beroepsonderwijs of specifieke lerarenopleiding    
    van een CVO zonder hoger beroepsonderwijs of specifieke lerarenopleiding

- adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs

- adjunct-directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding

- technisch adviseur

- technisch adviseur-coördinator

- administratief medewerker

- lector

- leraar secundair volwassenenonderwijs aangesteld in een modulaire opleiding op basis van  een goedgekeurd opleidingsprofiel.

In de omzendbrief over het nieuwe stelsel van bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen ten gevolge van de modulaire structuur van 17 mei 2010 vindt u alle info die u nodig heeft.

Punt 4 handelt over de algemene principes en definities die gelden bij de regelgeving over de bekwaamheidsbewijzen.

Punt 5 focust op de bekwaamheidsbewijzen in het volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2010 en legt duidelijk volgende items uit:

- de nieuwigheden in het stelsel bekwaamheidsbewijzen;
- de vereenvoudiging van de salarisschalen;
- de overgangsmaatregelen zowel voor het bekwaamheidsbewijs als de salarisschaal.

Voor een overzicht van de bekwaamheidsbewijzen en bijhorende salarisschalen, zie BBVWO

Uitzondering: secundair volwassenenonderwijs in een lineaire of voorlopige modulaire opleiding

Voor de leraar secundair onderwijs die nog aangesteld is in een lineaire of een voorlopig modulaire opleiding bepaalt het besluit van 9 februari 2001 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de prestatie- en bezoldigingsregeling voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen.

Voor een overzicht van de bekwaamheidsbewijzen en bijhorende salarisschalen, zie
bijlage 1  bij de omzendbrief Actualisatie van de bekwaamheidsbewijzen in het volwassenenonderwijs (5/9/2007) (word, 20 p.).

Aandachtspunten

- Wanneer een CVO geen kandidaat vindt met een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, mag het een personeelslid in dienst nemen dat houder is van een 'ander' bekwaamheidsbewijs. Dit personeelslid wordt voor de duur van een schooljaar aangesteld en komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming. Voor het ambt van administratief medewerker bestaat geen 'AND' bekwaamheidsbewijs.

- Er treden ook personeelsleden in dienst die een certificaat behaalden van een opleiding waarvoor de Vlaamse Regering een opleidingsprofiel goedkeurde. Om het niveau van het bekwaamheidsbewijs vast te stellen, kan u
bijlage 2 van de omzendbrief Actualisatie van de bekwaamheidsbewijzen in het volwassenenonderwijs (5/9/2007) (pdf, 7 p.) raadplegen.

Welke overgangsmaatregelen gelden vanaf 1 september 2010?

Leraar secundair volwassenenonderwijs

Door de wijzigingen in de regelgeving is het mogelijk dat een leraar die al in dienst was organiek een minder gunstig bekwaamheidsbewijs of salarisschaal krijgt voor het geven van een module of de modulen van een definitief goedgekeurde opleiding.

Om dit te verhinderen en de vroegere rechten van het personeelslid te waarborgen, zijn overgangsmaatregelen voorzien als hij/zij op de vooravond van de omschakeling van een lineaire of voorlopig modulaire opleiding naar een definitief goedgekeurde opleiding vast benoemd was of in de drie voorafgaande schooljaren tijdelijk was aangesteld.

Die overgangsmaatregelen worden verleend op basis van concordanties.

Voor een opdracht in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs zijn de vakken geconcordeerd naar een opleiding of naar een module van een definitief goedgekeurde opleiding.

Telkens als er een lineaire of voorlopige modulaire opleiding vervangen wordt door een definitieve op basis van een goedgekeurd opleidingsprofiel, zullen de “vakken” geconcordeerd worden naar de nieuwe opleiding of naar modulen van die opleiding.

De leraar van het secundaire volwassenenonderwijs die een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs had voor één van die vakken, zal dan ook een vereist of een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs krijgen voor de geconcordeerde opleiding of module(n). Hij behoudt tevens de salarisschaal waarop hij voor het vroegere vak recht had als die gunstiger is dan de organiek vastgestelde salarisschaal.

Er zijn ambtshalve en individuele concordanties vastgelegd.

Men spreekt van een ambtshalve concordantie als de overheid centraal de concordantie vaststelt. Een personeelslid verwerft daardoor alle rechten, maar ook plichten (zoals verplichte inzetbaarheid) die aan het vroegere vak waren verbonden voor alle geconcordeerde opleidingen en modulen.

Men spreekt van een individuele concordantie als de vastgestelde bekwaamheidsbewijzen voor het oude vak niet meer (volledig) relevant zijn voor het geven van de nieuwe opleiding of module. Het CVO moet in onderling overleg met het personeelslid beslissen voor welke opleiding of module een personeelslid een individuele concordantie krijgt.

Opdat de individuele concordantie uitwerking zou hebben ten overstaan van de overheid, moet die aan het werkstation gemeld worden met het formulier individuele concordantie (word, 2 p.).

Een personeelslid dat niet bij het overleg is betrokken of niet akkoord is met de uiteindelijk getroffen beslissing door het centrumbestuur, kan binnen een bepaalde termijn een beroepsprocedure starten.

De commissie opgericht door AHOVOS beslist dan over de uiteindelijke individuele concordantie. Uiteraard nadat het personeelslid het bezwaar met het formulier indiening bezwaarschrift individuele concordantie (word, 2 p.) meldde aan het werkstation.

Eens een ambtshalve of individuele concordantie verworven, geldt die voor elke aanstelling in die opleiding of module in om het even welk CVO.

Meer belangrijke info over de overgangsmaatregelen leest u in punt 5.3. van
de omzendbrief VWO/2010/03 van 17 mei 2010.

Alle aspecten van de ambtshalve en individuele concordantie komen aan bod in
de omzendbrief VWO/2010/02 van 17 mei 2010.

De bijlage 1 van deze omzendbrief geeft een overzicht van de bestaande ambtshalve concordanties
en de bijlage 2 van de mogelijke individuele concordanties.

Directeur en adjunct-directeur

Aan sommige personeelsleden die een bestuursambt uitoefenen, worden vanaf 1 september 2010 verder overgangsmaatregelen toegekend, zowel voor het bekwaamheidsbewijs als voor de salarisschaal.

De adjunct-directeur HBO/SLO die op 31 augustus 2010 titularis was van het ambt van 'adjunct-directeur HOSP' en beschikt over een bekwaamheidsbewijs van 'ten minste PBA + BPB', krijgt een vereist bekwaamheidsbewijs toegekend (OM/VE). Hij behoudt tevens de salarisschaal die hem op 31 augustus 2010 reglementair toegekend was.

Ter verduidelijking: het gaat om personeelsleden die op 1 september 2000 overgangsmaatregelen kregen omdat ze toen organiek niet het vereiste diploma hadden. Er was dan slechts één ambt van adjunct-directeur waarvoor organiek een basisdiploma van 'ten minste master' was vereist.

Later is het ambt van adjunct-directeur verdeeld over twee ambten: 'adjunct directeur HOSP' en 'adjunct-directeur SOSP'. Elk met eigen bekwaamheidsbewijzen.

Voor de 'adjunct-directeur SOSP' versoepelde de regelgeving en volstond het diploma van 'ten minste PBA + BPB'. Niet voor de 'adjunct-directeur HOSP'. Die kon verder beroep doen op de overgangsmaatregel voor de adjunct-directeur op 1/9/2000 en die garantie is opnieuw ingeschreven.

De directeurs die op 31 augustus 2010 titularis waren van het ambt van directeur en beschikken over een bekwaamheidsbewijs van 'ten minste PBA + BPB' krijgen via overgangsmaatregel een vereist bekwaamheidsbewijs toegekend (OM/VE). Zij behouden ook via overgangsmaatregel de salarisschaal die hen op 31 augustus 2010 reglementair toegekend mocht worden.

Adjunct-directeur na fusie

De vast benoemde directeur die na een fusie geen directeur wordt van het nieuwe CVO of het opslorpende CVO, wordt aangesteld als adjunct-directeur HBO/SLO of adjunct-directeur SVWO. Maar het personeelslid heeft verder recht op het salaris die hij/zij op de vooravond van de fusie genoot als directeur.

Voor de fusies die ten laatste op 1 september 2007 plaatshadden, heeft de directeur die adjunct-directeur wordt, ten persoonlijke titel recht op de vroegere salarisschalen 515 (naargelang LUC in HBO), 511 (naargelang LUC in secundair volwassenenonderwijs) of salarisschaal 348 voor de personeelsleden die genoten van een overgangsmaatregel.

Voor de fusies na 1 september 2007 heeft de directeur die adjunct-directeur wordt, ten persoonlijke titel recht op de salarisschaal 565 (naargelang LUC in HBO), 525 (naargelang LUC in secundair volwassenenonderwijs) of salarisschaal 464 voor de personeelsleden die genoten van een overgangsmaatregel.

Voor het meedelen van het opdrachtenpakket is enkel de ambtscode 276 toegelaten. De reglementering inzake TBSOB is hier dus niet van toepassing. Voor de fusies vanaf 1 september 2007 kan dit 'supplementair' ambt van adjunct-directeur fusie slechts ingericht worden voor zover het personeelslid dat geen directeur meer is  
- vast benoemd was op de vooravond van de fusie;
- geen ontslag neemt als adjunct-directeur fusie in het gefuseerde centrum.

Hoe een correcte bezoldiging van uw personeelsleden garanderen?

Algemeen

Om een correcte betaling te garanderen, moet het opdrachtenpakket RL-1 de correcte gegevens bevatten.

De basistabellen met de correcte ambtscode, de code van het studiegebied, de opleiding, de (zwevende) module of het vak, vindt u op de website van Edison bij de hoofdstructuren 317 en 417.

Gelijkgestelde prestaties of opdracht die geen lesopdracht is

Personeelsleden die aangesteld zijn in coördinatie-uren, ICT-coördinatie, Gecombineerd onderwijs of Examencommissie in een ambt van lector of leraar SVWO moeten ook een bekwaamheidsbewijs hebben om de gelijkgestelde betrekking uit te oefenen.

De opleiding/de module/het vak of de specialiteit waarmee het centrum de betrekking naargelang het geval moet gelijkstellen, wordt bij voorkeur in het eigen CVO georganiseerd.

Wie deze opdracht in het secundair volwassenenonderwijs wil uitdrukken in een module, past eerst de concordantieregels toe. In elk geval houdt het CVO bij de gelijkstelling rekening met de rechten die het personeelslid in het vroegere vak of de vroegere specialiteit opbouwde. Zoals bijvoorbeeld de nuttige ervaring, de draagwijdte van de vaste benoeming (CU).

Voorbeeld

Een personeelslid dat houder is van een diploma van bachelor in het onderwijs OE Nederlands is op 30 juni 2009 aangesteld in het ambt van leraar SOSP in het vak NT2 ASO2. Vanaf 1 september 2010 stelt het CVO het personeelslid aan in een coördinatieopdracht in een gelijkgestelde betrekking van leraar secundair volwassenenonderwijs in een module van een opleiding NT2 van RG1 of RG2.

Bestuurspersoneel

De tijdelijke personeelsleden die een selectie- en/of bevorderingsambt uitoefenen, worden  steeds in twaalfden (vacante betrekking) of per dag (niet-vacante betrekking) uitbetaald. Dit wil zeggen dat zij geen uitgestelde bezoldiging ontvangen voor hun prestaties tussen 1 september en 30 juni.   Het is dus aanbevolen dat u de opdracht van een tijdelijk personeelslid dat een bestuursambt gedurende een volledig schooljaar uitoefent, zendt van 1 september tot 31 augustus. Een titularis van een bestuursambt dat afwezig is tijdens de zomermaanden kan reglementair vervangen worden. De vervanger heeft dus ook recht op een salaris tijdens die periode in de maanden juli en augustus.

naar boven

Welke diensten komen in aanmerking voor de geldelijke anciënniteit?

Alvorens in dienst te treden in het onderwijs, is het mogelijk dat een personeelslid al diensten heeft gepresteerd in bijvoorbeeld een universiteit, een wetenschappelijke instelling, een openbare dienst … Deze diensten kunnen eventueel in aanmerking komen voor het berekenen van de geldelijke anciënniteit.

Meer informatie over diensten die in aanmerking kunnen komen voor de geldelijke anciënniteit vindt u in
de omzendbrief PERS/2005/06 van 7 maart 2005.

U bezorgt het werkstation de attesten ter staving van deze diensten.

Onder bepaalde voorwaarden kunnen daarnaast diensten die een personeelslid heeft gepresteerd als zelfstandige of als werknemer in de privé meetellen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit.

Meer informatie over diensten die als nuttige ervaring in aanmerking komen voor de geldelijke anciënniteit vindt u in
de omzendbrief 13/CB/SG/WVB/4 van 17 oktober 1997.

Een personeelslid dat in het volwassenenonderwijs in dienst treedt en al vorige onderwijsdiensten presteerde kan die eveneens in aanmerking laten nemen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit.

Alle diensten komen slechts in aanmerking vanaf de minimumleeftijd van de salarisschaal waarop een personeelslid recht heeft.

Diensten gepresteerd in hoofdambt in het volwassenenonderwijs tellen ook als onderwijsdiensten mee voor de berekening van het salaris in andere onderwijsniveaus.

Daarnaast tellen de onderwijsdiensten in het volwassenenonderwijs die als bijbetrekking zijn gepresteerd ook voor de berekening van het salaris in het deeltijds kunstonderwijs. 

Personeelsleden die graag een overzicht krijgen van de diensten die meetellen voor de berekening van hun geldelijke anciënniteit, kunnen een loopbaanfiche aan het werkstation aanvragen. 

Hoe moet de nuttige ervaring vanaf 1 september 2010 worden aangevraagd?

De erkende nuttige ervaring geldt als bekwaamheidsbewijs en geldelijke anciënniteit voor
- de leraar secundair volwassenenonderwijs
- de technisch adviseur
- de technisch adviseur-coördinator

In het hoger beroepsonderwijs telt de nuttige ervaring als geldelijke anciënniteit voor de lector, de directeur of de adjunct-directeur. De lector, directeur of adjunct-directeur van een CVO dat uitsluitend specifieke lerarenopleiding aanbiedt, maken geen aanspraak op nuttige ervaring. Uitzondering: de personeelsleden die al vóór 1 september 2010 recht hadden op nuttige ervaring en na die datum enkel in de specifieke lerarenopleiding één van die ambten uitoefenen.

In het secundair volwassenenonderwijs hebben de directeur en de adjunct-directeur ook recht op nuttige ervaring als geldelijke anciënniteit op voorwaarde dat er voor de leraren van het CVO nuttige ervaring kan aangevraagd worden voor een bepaalde module of specialiteit (TV en PV). De directeur of adjunct-directeur van een CVO dat uitsluitend taalopleidingen of algemene vorming aanbiedt, kan bijgevolg geen nuttige ervaring krijgen.

In de omzendbrief betreffende de erkenning van de diensten als nuttige ervaring vindt u alle nuttige gegevens over de procedure voor het aanvragen en erkennen van nuttige ervaring.

Wie een eerste negatief advies krijgt voor de aangevraagde erkenning, kan een herzieningsaanvraag binnen een bepaalde termijn bij het werkstation indienen. 

Leraar secundair volwassenenonderwijs

Het CVO moet de aanvraag voor erkenning nuttige ervaring per brief of mail aan het werkstation aanvragen

Door de personeelsregelgeving af te stemmen op het modulair onderwijs geldt vanaf 1 september 2010 een andere regeling voor het aanvragen van nuttige ervaring.

Als het gaat om een leraar die aangesteld is in een definitief goedgekeurde opleiding, vraagt het CVO de nuttige ervaring aan voor de modulen of voor alle modulen van een opleiding die het personeelslid kan geven.

De erkenning van de nuttige ervaring gebeurt er per module.

Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit telt de nuttige ervaring per module.

Ze telt ook voor het bekwaamheidsbewijs van die module als het bekwaamheidsbewijs op moduleniveau is vastgelegd.

Wanneer voor alle modulen van de opleiding hetzelfde bekwaamheidsbewijs vereist is of met andere woorden wanneer het bekwaamheidsbewijs op opleidingsniveau is vastgesteld, dan moet het personeelslid de erkenning van de nuttige ervaring voor alle modulen van de opleiding krijgen.

De modulen die bij elkaar passen zijn geclusterd. Een CVO kan dus ook de nuttige ervaring aanvragen voor alle modulen van een cluster. Een cluster is zo samengesteld dat normaal alle modulen van een opleiding waarvoor het bekwaamheidsbewijs op opleidingsniveau ligt erin vervat zitten.

De modulen waarvoor nuttige ervaring kan aangevraagd worden vindt u terug in de bijlage 5 van de omzendbrief over de nuttige ervaring.

Lees hierover de specifieke info en de voorbeelden in de omzendbrief.

Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs die geen lesgeeft in een definitief goedgekeurde opleiding, vraagt u de nuttige ervaring zoals vroeger aan voor de specialiteiten die hij/zij kan geven.

De leraar secundair volwassenenonderwijs die nuttige ervaring kreeg voor een specialiteit, kan dankzij de concordantie die nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs en geldelijke anciënniteit voor de modulen (van de opleiding) waarnaar de specialiteit is geconcordeerd, doen gelden.

Hoe wordt het salaris berekend?

- Hoe wordt het bruto(maand)loon berekend?   
- Hoe wordt vervolgens het bruto belastbare maandloon berekend?
- Hoe wordt tot slot het nettoloon berekend?
- Hoe informeert het Ministerie van Onderwijs en Vorming hierover mijn CVO en het personeelslid?
- Wat als het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming bepaalde bedragen ten onrechte uitbetaalt?
- Meer informatie over kindergeld en kraamgeld?

Antwoorden op deze vragen vind je op www.ond.vlaanderen.be/wedde/.

naar boven

De vaste benoeming in het volwassenenonderwijs

Welke regeling geldt betreffende de vaste benoeming in het volwassenenonderwijs?

1. De vacantverklaring

 

De vacantverklaring is noodzakelijk met het oog op een vaste benoeming en moet openbaar gemaakt worden, zodat alle personeelsleden van het centrum ervan op de hoogte zijn, ook in het gesubsidieerd onderwijs.

Een betrekking moet niet noodzakelijk vacant verklaard worden op vraag van betrokkene:

Meer uitleg over de procedure van vacantverklaring vind je in punt 2.1. van de omzendbrief van 'Vaste benoeming - Procedure, voorwaarden en mededeling aan het Ministerie van onderwijs en vorming'.

In het volwassenenonderwijs is het niet verplicht om alle openstaande betrekkingen vacant te verklaren. Het centrumbestuur bepaalt voor haar centra jaarlijks op basis van een beleidsplan en na onderhandelingen in het bevoegd lokaal comité welke openstaande betrekkingen het vacant verklaart of meedeelt.

Het centrumbestuur is echter verplicht om de openstaande betrekkingen waarover in het bevoegde lokaal onderhandelingscomité geen akkoord is bereikt, vacant te verklaren als het gaat om openstaande betrekkingen die gedurende de drie voorafgaande schooljaren ook vacant waren.

In afwijking met de gewone regeling en zeker tot en met schooljaar 2012-2013 gebeurt de vacantverklaring in een betrekking van een wervingsambt op basis van de betrekkingen die vacant zijn op 15 september. De openstaande betrekkingen worden met het oog op vaste benoeming ten laatste op 15 oktober daaropvolgend openbaar gemaakt.

2. Vaste benoemingen

2.1. Het begrip 'betrekking'

De vaste benoeming van een personeelslid gebeurt steeds in een vacante betrekking.

De 'betrekking' is de concrete werkgelegenheid in een CVO
- in een bepaald ambt;
- voor een bepaald volume (opdrachtbreuk)

Wanneer het om een opdracht van een leraar of lector gaat, wordt de betrekking verder gedefinieerd.

Voor de lector in een modulaire opleiding door:

- een bepaalde opleiding of module (structuurschema of opleidingsprofiel)

Voor de lector in een lineaire opleiding door:

- een bepaald vak/specialiteit (document 8).

Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs in een opleiding georganiseerd op basis van een goedgekeurd opleidingsprofiel door:

- een bepaalde opleiding als het bekwaamheidsbewijs op het niveau van de opleiding is vastgesteld
- een bepaalde module als het bekwaamheidsbewijs op het niveau van de module is vastgesteld

Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs in een lineair of voorlopig modulaire opleiding door:

- een bepaald vak/specialiteit
- in een daarbij horende onderwijsvorm en onderwijsgraad.

2.2. De draagwijdte van de vaste benoeming

De bepalingen van het BVR van 23 april 2010 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs hebben de draagwijdte van de vaste benoeming in het volwassenenonderwijs beïnvloed.

Courante voorbeelden vindt u ook in punt 5 van de omzendbrief Vaste benoeming - Procedure, voorwaarden en mededeling aan het Ministerie van onderwijs en vorming (29/11/99).

De vaste benoeming van een directeur, technisch adviseur of technisch adviseur-coördinator of administratief medewerker geldt zowel in het secundair volwassenenonderwijs als in het hoger beroepsonderwijs of specifieke lerarenopleiding.

De vaste benoeming van een administratief medewerker beperkt zich tot het opleidingsniveau dat overeenstemt met de puntenwaarde waarin de vacant stelling gebeurde.

De vaste benoeming van een leraar SVWO geldt in het secundair volwassenenonderwijs voor alle modulen (van de opleidingen), maar ook voor alle vakken/specialiteiten waarvoor het vast benoemd personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs of na concordantie een vereist bekwaamheidsbewijs heeft. Voor een personeelslid dat vast benoemd is met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs geldt de vaste benoeming voor het vak of de specialiteit waarvoor het vast benoemd is en voor alle daaruit geconcordeerde opleidingen of modulen.

In het hoger beroepsonderwijs of specifieke lerarenopleiding geldt de vaste benoeming in het modulair georganiseerd onderwijs voor alle modulen van de opleiding waarin het personeelslid vast benoemd is. In het lineair georganiseerd onderwijs geldt het voor het vak of de specialiteit waarvoor het personeelslid vast benoemd is.

Een ander belangrijk element voor de draagwijdte is de opdrachtbreuk die het gepondereerde volume van de vaste benoeming bepaalt. Het totale volume van de opdrachten waarvoor iemand vast benoemd is in een CVO, DKO of in het voltijds dagonderwijs, de hogescholen uitgezonderd, mag de gepondereerde eenheid niet overschrijden. Bij een wijziging van de noemer opdrachtbreuk, wordt bij de ponderatie een afronding naar boven toegestaan die kleiner moet zijn dan het volume van een prestatie-eenheid van de kleinste opdrachtbreuk.

De regelgeving vanaf 1 september 2010 stelt voor de personeelsleden van de centra met uitzondering van de directeur en de administratief medewerker nieuwe opdrachtnoemers vast, die uiteraard een weerslag hebben voor het volume vaste benoeming.

Voor de berekening van de prestaties die de draagwijdte van de vaste benoeming moeten waarborgen, verwijzen we u naar
punt 4.4. van de omzendbrief over  de ambten en hun prestatieregeling in de centra voor volwassenenonderwijs van 17 mei 2010. Zolang geen uitbreiding van vaste benoeming wordt aangevraagd, bepaalt het oorspronkelijk volume de startwaarde van de vaste benoeming.

Dit geldt ook voor personeelsleden die gecombineerde vast benoemde opdrachten uitoefenen in het dagonderwijs en het volwassenenonderwijs.

Voor elk van deze personeelsleden moet het totale opdrachtvolume waarvoor de vaste benoeming op 31 augustus 2010 gold, gewaarborgd blijven.

Voorbeelden

1/ Een personeelslid is op 31/8/2010 vast benoemd voor 5/36 in het basisonderwijs en voor 7/10 technisch adviseur in een centrum voor volwassenenonderwijs. De startwaarde van de totale vaste benoeming is gelijk aan 0,8389. De opdracht in het CVO zetten we om naar 36sten volgens de principes uitgelegd in punt 4.4. van de vermelde omzendbrief. We bekomen 26/36. In het totaal krijgt men dan een volume vaste benoeming van 31/36 of 0,8611. Aangezien het verschil van 31/36 – (5/36+7/10) of 0,0222 kleiner is dan 1/36 (0,0278) wordt het personeelslid in het CVO vast benoemd voor 26/36.

2/Een personeelslid is op 31/8/2010 vast benoemd voor 15/22 in het dagonderwijs en 2/20 en 6/25 in het CVO (of 1,0218 samen). In het CVO is het personeelslid op 1/9/2010 aangesteld in de opleiding Computeroperator, studiegebied Mechanica-elektriciteit, noemer22. De opdracht in het CVO zetten we om naar 22sten volgens de principes uitgelegd in punt 4.4. van de vermelde omzendbrief. We bekomen 8/22. Aangezien voor de berekening van het hoofdambt bij combinaties van onvolledige prestaties in beide onderwijsniveaus, het dagonderwijs voorrang krijgt, zal de vaste benoeming in het CVO beperkt blijven tot 7/22, tenzij het personeelslid vrijwillig afstand doet van 1/22 vaste benoeming in het dagonderwijs. 15/22+7/22 vormen immers samen 22/22 of de eenheid.

2.3. Te vervullen voorwaarden tot vaste benoeming

Het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs
en het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding bepalen de voorwaarden ten aanzien van de betrekking en ten aanzien van het personeelslid, respectievelijk tewerk gesteld in het gemeenschapsonderwijs of het gesubsidieerd onderwijs.

De vaste benoeming heeft slechts uitwerking ten overstaan van de overheid als blijkt dat alle benoemingsvoorwaarden vervuld zijn.

 

Aan de hand van de RL-1 en eventueel bijkomende documenten zoals een uittreksel uit het strafregister, controleert het werkstation of de voorwaarden tot vaste benoeming zowel ten aanzien van de betrekking als ten aanzien van het personeelslid vervuld zijn.

De omzendbrief 13CC/VB/ML - Vaste benoeming - Procedure, voorwaarden en mededeling aan het Ministerie van onderwijs en vorming (29/11/99) geeft u een gedetailleerd overzicht van de procedure, de voorwaarden en mededeling aan het Ministerie van onderwijs en vorming.

De voorwaarden tot vaste benoeming in het volwassenenonderwijs zijn opgesomd in punt 5 van de omzendbrief.

Aandachtspunten

- Belangrijk is de voorwaarde inzake tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Voor de berekening van de dienstanciënniteit worden de diensten gepresteerd vanuit de geconcordeerde ambtsbenamingen meegenomen voor de berekening van de dienstanciënniteit in het nieuwe ambt.

Voorbeeld
Personeelslid is vóór 1 september 2010 al drie schooljaren aangesteld als voltijds leraar HOSP met VE. Het ambt van leraar HOSP wordt ambtshalve geconcordeerd naar het ambt van lector, waarvoor enkel VO zijn vastgesteld vanaf 1 september 2010. Aangezien de dienstanciënniteit in hetzelfde ambt bekomen met VE meetelt voor de berekening van de dienstanciënniteit van een opdracht met VO, voldoet het personeelslid aan de voorwaarden inzake TADD bij een aanstelling als lector op 31 december 2010.

- De vraag stelt zich vaak of het CVO een bepaalde volgorde van benoeming moet respecteren als er meer kandidaten zijn die alle voorwaarden vervullen voor benoeming in dezelfde betrekking. Absolute voorrang hebben de personeelsleden die al gedeeltelijk zijn vast benoemd, en in het gesubsidieerd onderwijs daarna de personeelsleden met meer dan 960 dagen dienstanciënniteit bij een zelfde bestuur hebben opgebouwd in het ambt van benoeming.

Aangezien voor het bestuurspersoneel de bekwaamheidsbewijzen zijn vastgelegd volgens het nieuwe BVR van 23 april 2010 vervalt voor de directeur van een CVO met hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding de voorwaarde dat ze drie jaar moeten aangesteld zijn in het hoger beroepsonderwijs of een hogeschool.

- Personeelsleden aangesteld in coördinatie-uren kunnen vast benoemd worden voor de module, de opleiding, het vak of de specialiteit waarmee hun opdracht is gelijkgesteld. De coördinatie-uren worden immers uit het organieke pakket leraarsuren geput.

naar boven

 

Welke regeling geldt bij een tijdelijk andere opdracht (TAO)?

Een vast benoemd personeelslid kan een verlof aanvragen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit gebeurt overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 1998 tot regeling van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde vast benoemde personeelsleden van het onderwijs, de psycho-medisch-sociale centra, de pedagogische begeleidingsdiensten, de inspectie en de dienst voor onderwijsontwikkeling, tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast met een opdracht waarvoor ze niet vast benoemd zijn.

Uitleg over dit verlofstelsel vindt u in de omzendbrief 13AC/GDH/SH/js - Regeling van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde vastbenoemde personeelsleden van het onderwijs, de psycho-medische-sociale centra, de pedagogische begeleidingsdiensten, de inspectie en de dienst voor onderwijsontwikkeling, tijdelijk aangesteld of belast met een opdracht waarvoor ze niet vast benoemd zijn (19/06/98).

Aandachtspunten

De periode van de TAO moet volledig in overeenstemming zijn met de periode van het verlof voor het uitoefenen van de TAO. De duur van de TAO is bepalend.

Het personeelslid wordt verder bezoldigd voor de corresponderende vast benoemde opdracht.

Indien de bruto bezoldiging voor de tijdelijke andere opdracht kleiner is dan voor de overeenkomstige vast benoemde opdracht, dan wordt de werkelijke bezoldiging TAO als vast benoemde uitbetaald.

De bruto bezoldiging wordt bepaald door de opdrachtbreuk, de salarisschaal en de geldelijke anciënniteit.

De geldelijke anciënniteit van de tijdelijke andere opdracht in het dagonderwijs kan kleiner zijn dan de vast benoemde opdracht CVO waarvoor een personeelslid een verlof TAO neemt:
- wanneer hij in CVO of DKO een bijbetrekking uitoefende die in het dagonderwijs niet meetellen voor de geldelijke anciënniteit
- wanneer het personeelslid een andere module, opleiding of specialiteit uitoefent waarvoor het geen of minder nuttige ervaring heeft.

Opgelet: de nieuwe personeelsregeling kan een invloed hebben op het verlof tijdelijke andere opdracht.

- Voor personeelsleden die eenzelfde TAO blijven uitoefenen als vorig schooljaar, zal door het invoeren van de nieuwe prestatieregeling mogelijk een ander volume verlof TAO nodig zijn.

Wanneer de noemer opdrachtbreuk van een tijdelijke andere opdracht verschilt van de noemer opdrachtbreuk waarin het verlof genomen wordt, moet men ervoor zorgen dat het volume van de tijdelijke andere opdracht minstens zo groot is als het verlof TAO. Het aantal uren voor het verlof zal dan niet hetzelfde zijn als van de TAO, tenzij het personeelslid in het totaal effectief een voltijdse opdracht blijft uitoefenen.

- Door het nieuwe stelsel van salarisschalen kan het salaris in een ander onderwijsniveau lager liggen dan in het volwassenenonderwijs.

Vooraleer een personeelslid om een TAO verzoekt of een CVO een personeelslid belast met een TAO, loont het dus de moeite om bij twijfel inlichtingen in te winnen bij het werkstation.

Belangrijke opmerking : als een personeelslid een verlof neemt om tijdelijke een andere opdracht uit te oefenen in een hogeschool wordt hij niet meer bezoldigd als vast benoemde in het  CVO, maar als tijdelijke door de hogeschool (enveloppenfinanciering).

Voorbeelden:

- Vast benoemd personeelslid neemt verlof voor 10/20 om een tijdelijke andere opdracht te vervullen van 11/22 in 1° graad voltijds secundair onderwijs. OK want 10/20=11/22.

- Vast benoemd personeelslid neemt verlof voor 9/25 (0,36) om een tijdelijke andere opdracht van 9/29 (0,3103) in voltijds secundair onderwijs te vervullen. Niet OK, want 9/29 is kleiner dan 9/25. Hij moet minstens 2/25 blijven uitoefenen als vast benoemde.

- Vast benoemd administratief medewerker neemt verlof voor 12/32 (0,375) om een tijdelijke andere opdracht als leraar waar te nemen van 10/20 (0,5). OK, want 10/20 is groter dan 12/32. Hij/zij ontvangt een zuivere tijdelijke bezoldiging voor 2/20, want 8/20 (0,4) volstaat voor het overeenkomstig gepondereerde gedeelte van 12/32.

Elektronisch melden van de tijdelijke andere opdracht

De opdracht waarvoor een personeelslid een verlof aanvraagt voor het uitoefenen van een tijdelijk andere opdracht in het eigen CVO of in een andere onderwijsinstelling moet met een opdrachtgebonden dienstonderbreking code 019 worden gemeld.

Voor het melden van een tijdelijke andere opdracht moet in het daartoe bestemde veld van het opdrachtenpakket een “J” worden ingevuld.

naar boven

 

Welke regeling geldt bij verlof wegens (bijzondere) opdracht of detachering?

In het geval van een (bijzondere) opdracht of detachering geldt de volgende reglementering:

- Decreet van 27/03/1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs. (B.S.25.05.1991) - Art. 77quater;
- Decreet van 27/03/1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding. (B.S.25.05.1991) - Art. 51quater.

Alle nodige formulieren en documenten i.v.m. verlof wegens (bijzondere) opdracht/detachering vind je op de website Documenten en Formulieren:

- aanvraagformulier voor het bekomen van een verlof voor (bijzondere) opdracht;
- diverse overzichtslijsten: o.m. voor projecten van de minister, de VLOR, GOK, DVO, FOLLO (flexibele opdracht van de leerkracht lichamelijke opvoeding);
- formulier waarmee een organisatie die een onderwijsproject wil uitwerken, een projecterkenning aanvraagt waardoor ze in staat is een personeelslid met verlof wegens bijzondere opdracht (een 'gedetacheerde') aan te werven.

Toelichtingen bij het invullen en de nodige contactgegevens vind je op de formulieren zelf. 

Welke regeling geldt bij terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking?

De te volgen procedures in geval van terbeschikkingstelling, reaffectatie en wedertewerkstelling zijn uitvoerig beschreven in de omzendbrieven:

- Pers/2003/08- Wijzigingen aan de reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteld in het niet-tertiair onderwijs;

- PERS/2005/11 - Elektronisch communiceren van gegevens over terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen(AHOVOS) Melding van:- personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking- betrekkingen waarin zij KUNNEN worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;

- OND/I/6/SH/nc - Afstand van wachtgeld of van wachtgeldtoelage bij terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking - Begrip "gelijkwaardige andere betrekking" om een einde te stellen aan een reaffectatie of wedertewerkstelling.

Als hulpmiddel kun je gebruik maken van het
Stappenplan TBSOB in het ambt van leraar SVWO of van lector (word, 2 p.)

Meer uitleg vind je ook in de presentatie van de infosessie 'Aanbod en Organisatie' van 24 augustus 2010.

naar boven

 

Het ambt van directeur

Elk CVO is verplicht om een directeur aan te stellen. Het CVO kan ook twee personeelsleden aanstellen in het ambt van directeur. Zij oefenen de betrekking deeltijds uit. Het volume van de deeltijdse betrekkingen mag het voltijds ambt niet overschrijden.

Een directeur kan zijn betrekking enkel nog in hoofdambt uitoefenen. Directeurs die echter op 31 augustus 1999 het ambt van directeur in bijbetrekking uitoefenden, hebben ten persoonlijken titel een uitzondering en kunnen in bijbetrekking blijven fungeren.

De tijdelijke directeur wordt steeds in twaalfden (vacante betrekking) of per dag (niet-vacante betrekking) uitbetaald. Dit wil zeggen dat deze personeelsleden tijdens de zomervakantie geen uitgestelde bezoldiging meer ontvangen voor hun prestaties tussen 1 september en 30 juni, maar dat ze doorbetaald worden voor zover de zomervakantie in de aanstelling is begrepen.

De directeur die niet in het bezit is van het vereist bekwaamheidsbewijs, kan hoogstens voor de duur van een schooljaar aangesteld worden.

De directeur van een centrum met zowel hoger beroepsonderwijs als secundair volwassenenonderwijs heeft recht op een gemengde salarisschaal, afhankelijk van het aantal volledige schijven van 6.000 lesuren cursist per niveau. Hij ontvangt een gedeelte van zijn loon aan de salarisschaal verbonden aan het hoger beroepsonderwijs of specifieke lerarenopleiding en een gedeelte aan de salarisschaal verbonden aan het secundair volwassenenonderwijs. Hierbij wordt eerst rekening gehouden met het aantal lesuren- cursist in het hoger beroepsonderwijs of de specifieke lerarenopleiding.

Voorbeeld

Een CVO telt 92100 LUC in HBO/SLO en 143000 LUC in SVWO.
Salarisschaal HBO/SLO = 90100/6000 = 15/20;
salarisschaal SVWO = beperkt tot 5/20.

Uitzondering

Een directeur die vast benoemd was ten laatste op 31 augustus 2000 kan nog beroep doen op de oude overgangsmaatregel die in artikel 21 van het BVR van 9 februari 2001 was ingeschreven.

Voorbeeld

Een directeur is op 31 augustus 2000 titularis van volgende betrekkingen:
Directeur HOSP (nu HO/SLO):
  15/20
Directeur HSTL (nu SVWO): 7/20

Op 31 augustus 2000 was de som van het salaris van beide onvolledige ambten groter dan een voltijdse betrekking. Volgens de oude overgangsmaatregel van 1/9/2000 werd het salaris beperkt tot het salaris voor een voltijdse betrekking van directeur in het HBO/SLO (bestbezoldigd ambt). Stel dat door de vermindering van het aantal lesurencursist deze directeur in het schooljaar 2010-2011 slechts 7/20 zou genereren in het HBO/SLO en 17/20 in het SVWO, dan wordt hij verder bezoldigd voor 20/20 HBO/SLO op basis van het principe FT best bezoldigd ambt."

Andere overgangsmaatregelen

Er zijn directeurs die op 1 september 2010 niet in het bezit zijn van het organiek vereist bekwaamheidsbewijs van “ten minste master + BPB”, maar wel van “ten minste PBA+BPB”.

Zij hebben recht op overgangsmaatregelen en verwerven een OMVE als zij op 31 augustus 2010 aangesteld waren als titularis in het ambt van directeur.

Daardoor kunnen ook tijdelijke directeurs vast benoemd worden in het ambt van directeur, ook in een CVO met hoger beroepsonderwijs.

Zij hebben voor het geheel van hun betrekking recht op salarisschaal 464.

Vaste benoeming van een directeur in een CVO met het hoger beroepsonderwijs of specifieke lerarenopleiding

Directeurs van een centrum voor volwassenenonderwijs met hoger beroepsonderwijs of specifieke lerarenopleiding die in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs kunnen er vast benoemd worden. De voorwaarde dat ze daarvoor drie jaar moeten aangesteld zijn in het hoger beroepsonderwijs, de specifieke lerarenopleiding of een hogeschool vervalt vanaf 1 september 2010.

Mandaat van algemeen directeur

Een bestuur kan een directeur van een CVO belasten met de taak van algemeen directeur voor de totaliteit van haar instellingen indien de instellingen van het bestuur ten minste 2000 regelmatig ingeschreven leerlingen/cursisten tellen op 1 februari van het voorafgaande schooljaar.

In het Gemeenschapsonderwijs moet een directeur die belast is met de taak van algemeen directeur een verlof mandaat algemeen directeur (verlof VUM) nemen.
Het CVO is verplicht om de directeur die met het mandaat van algemeen directeur belast is te vervangen.

In het gesubsidieerd onderwijs kan een directeur van een CVO die belast is met het mandaat van algemeen directeur geen verlof voor het uitoefenen van het mandaat nemen.

De personeelsleden die het mandaat van algemeen directeur uitoefenen, hebben recht op hun salaris als directeur, aangevuld met een mandaatvergoeding of een niet-verworven salarisschaal.

Bij het begin van elk schooljaar moet het bestuur de vergoeding aanvragen met een formulier dat naar het werkstation wordt gestuurd.

naar boven

 

Het ambt van administratief medewerker

Het enige ambt dat een CVO in de categorie van het ondersteunend personeel kan inrichten is het ambt van administratief medewerker.

Wanneer het om een opdracht van een administratief medewerker gaat, dan is voor de aanstelling eveneens de vermelding van het opleidingsniveau nodig. Dit wil zeggen de puntenwaarde die met het gevraagde opleidingsniveau overeenstemt:

- 63 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste HSO';
- 82 punten voor het opleidingsniveau van 'ten minste PBA';
- 120 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste master'.

Voor het begrip 'betrekking' moet men dus onderscheid maken tussen volgende betrekkingen afhankelijk van hun puntenwaarde:

- administratief medewerker 63 punten;
- administratief medewerker 82 punten;
- administratief medewerker 120 punten.  

Voorbeeld van een betrekking van een administratief medewerker

Administratief medewerker 82 punten 19/32 aan CVO C.

Bekwaamheidsbewijzen

De administratief medewerker aangesteld met 120 punten moet een bekwaamheidsbewijs hebben van 'ten minste master'.

De administratief medewerker aangesteld met 82 punten moet een bekwaamheidsbewijs hebben van 'ten minste professioneel gerichte bachelor (PBA)'.

De administratief medewerker aangesteld met 63 punten moet een bekwaamheidsbewijs hebben van 'ten minste HSO'.

Bezoldiging 

Een administratief medewerker 63 punten heeft recht op salarisschaal 122. Een administratief medewerker 82 punten heeft recht op salarisschaal 158. Een administratief medewerker 120 punten heeft recht op salarisschaal 542.

Aandachtspunt: een in een CVO tijdelijk aangestelde administratief medewerker wordt betaald van 1 september tot 30 juni en heeft recht op een uitgestelde bezoldiging zoals een tijdelijk aangestelde leraar.

Dienstanciënniteit

Voor de berekening van de dienstanciënniteit voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur komen per schooljaar maximum 303 dagen of 304 dagen (schrikkeljaar) in aanmerking.

Wanneer een personeelslid eerst was aangesteld in een betrekking van administratief medewerker 63 punten en vervolgens in een betrekking van administratief medewerker 82 punten, dan tellen beide aanstellingen mee voor de berekening van de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.

Om vast benoemd te worden, moet een personeelslid een dienstanciënniteit hebben  van 720 dagen in hoofdambt  waarvan 360 dagen in het ambt van benoeming.

Niettegenstaande het vacant stellen en de benoeming zal gebeuren in één van de drie betrekkingen, tellen alle betrekkingen in het ambt van administratief medewerker die een personeelslid in een CVO uitoefende mee voor de berekening van deze 360 dagen.

naar boven

 

Afwezigheid van een personeelslid

Arbeidsongeschiktheid van een personeelslid

Meer info betreffende afwezigheden van personeelsleden vind je in volgende omzendbrieven:

Afwezigheid wegens ziekte

Het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte

Terbeschikkingstelling wegens ziekte

Arbeidsongevallen

Moederschapbescherming en bedreiging door beroepsziekte

Controle op de afwezigheid wegens ziekte.

Controleorgaan

Het bevoegde controleorgaan is bereikbaar op onderstaand adres:

Mensura Absenteïsme
t.a.v. Dr. DUNON, Hoofdgeneesheer
Kunstlaan 20
3500 Hasselt

tel: 011-30 12 52
gsm: 0475/64 04 28
fax: 011-30 12 62

Bevallingsverlof, vaderschapsverlof en onbezoldigd ouderschapsverlof

Vanaf 1 april 2009 zijn nieuwe maatregelen van toepassing voor het bevallings-, vaderschaps- en onbezoldigd ouderschapsverlof:

  • Borstvoedingsverlof wordt onbezoldigd ouderschapsverlof;
  • Vaderschapsverlof wordt nader toegelicht voor tijdelijke en ingevoerd voor vastbenoemde personeelsleden;
  • Verlofdagen van postnatale rust.

Raadpleeg de omzendbrieven voor meer details:

Raadpleeg punt 5 van deze omzendbrieven voor info over het elektronisch zenden van deze dienstonderbrekingen.

naar boven

 

Onder welke voorwaarden mag een afwezig personeelslid vervangen worden?

Een CVO kan een personeelslid dat tien opeenvolgende werkdagen of meer ononderbroken afwezig is vervangen.

Indien de afwezigheid minder dan 10 opeenvolgende werkdagen bedraagt, is vervanging o.a. mogelijk:

  • voor het bevorderingsambt van directeur;
  • voor een personeelslid met omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling van de echtgenote of samenwonende partner.

Aandachtspunten

  • Vervangingen worden niet bezoldigd indien de afwezigheid van het te vervangen personeelslid aanvangt na 31 mei.
  • Het ministerie van Onderwijs en Vorming bezoldigt geen vervangers van personeelsleden die afwezig zijn om nascholing te volgen.

Bezoldiging van de vervanger

De vervanger wordt als tijdelijk personeelslid betaald conform

- artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 63 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan. Lees hierover meer in de omzendbrief PERS/2004/07 - Sommige aspecten van de bezoldiging van tijdelijke personeelsleden van het onderwijs.

- In uitzonderlijke gevallen (ter vervanging afwezigheid kleiner dan 10 dagen):
artikel 9 van het BVR van 4 september 2009 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs die opnieuw in actieve dienst treden of prestaties leveren die als overwerk of bijbetrekking worden beschouwd.  

Reïntegratie na arbeidsongeschiktheid

De maatregel maakt het mogelijk dat een vastbenoemd personeelslid dat definitief arbeidsongeschikt is op eigen initiatief, zonder eerst het ziekteverlof te moeten uitputten, een aanvraag doet tot reïntegratie, mits hij aan bepaalde voorwaarden voldoet.

De rechtsgrond voor deze maatregel is vervat in artikel IX.2 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het onderwijs XIX:
 
Artikel IX.2 uit het decreet van 8 mei 2009
 
Art.IX.2. In artikel 5 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 1 december 1998, 8 juni 2000, 14 februari 2003 en 13 juli 2007, wordt een §1quater ingevoegd, die luidt als volgt:
 
“§1quater. Deze paragraaf is van toepassing op het personeelslid dat het recht van een procedure voor reïntegratie inroept, zoals vermeld in het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers.
Als de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, bij toepassing van artikel 41 van dit koninklijk besluit, adviseert of beslist dat het personeelslid voldoende geschikt is om een andere functie uit te oefenen, in voorkomend geval mits uitvoering van de nodige aanpassingen en in de voorwaarden die hij vastlegt, moet het door de inrichtende macht ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking met ingang van de eerste kalenderdag van de maand volgend op het advies of de beslissing van de preventieadviseur- arbeidsgeneesheer. De terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking beëindigt in dat geval het ziekteverlof.”

Een deel van de procedure steunt ook op federale wetgeving, namelijk het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers: uittreksel uit het KB van 28 mei 2003.

Lees hierover meer in de omzendbrief van 18 augustus 2009 over Beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer - Personeelsleden die het recht van een procedure tot re-integratie inroepen.

Stappenplan

Een personeelslid is ziek of slachtoffer van een ongeval en meent dat hij hierdoor niet meer geschikt is om zijn functie nog verder uit te oefenen, maar dat hij wel nog andere taken of een andere functie aankan.

Hoe moet dit personeelslid te werk gaan om deze andere functie toegewezen te krijgen en ze ook effectief op te nemen? Opgelet: de procedure is enkel van toepassing op een vastbenoemd personeelslid!

1. De werkgever (de inrichtende macht) informeert alle werknemers over hun recht om te genieten van een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting in geval van arbeidsongeschiktheid van vier weken of meer met het oog op een eventuele aanpassing van de werkpost.
De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer oordeelt of de werknemer nog geschikt is
voor zijn werkpost of voor de activiteit die het uitoefende. Hij kan een aantal
beschermings- of preventiemaatregelen voorstellen.

2. Bij definitieve ongeschiktheid zal het personeelslid zich vooreerst wenden tot zijn (huis)arts en zijn (huis)arts de definitieve arbeidsongeschiktheid laten vaststellen.

3. Het personeelslid stuurt het attest van zijn (huis)arts met een aangetekende brief naar zijn inrichtende macht en roept het recht op reïntegratie in in toepassing van artikel 39 tot 41 van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers.

4. De inrichtende macht moet het personeelslid dan een formulier 'verzoek om gezondheidstoezicht over werknemers' bezorgen (model zit in bijlage bij het KB van 28 mei 2003).

5. Het personeelslid bezorgt het ingevulde formulier aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer van de arbeidsgeneeskundige dienst waarbij de inrichtende macht is aangesloten. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer neemt een beslissing en brengt deze beslissing aan op het formulier.
Opgelet: naast de beslissing 'arbeidsongeschikt, maar nog wel geschikt voor andere functie' zijn ook nog andere beslissingen mogelijk (zie artikel 41 van het KB).

6. Als het personeelslid definitief arbeidsongeschikt wordt verklaard, maar nog wel voor een andere functie geschikt wordt verklaard, wendt het personeelslid zich met deze beslissing tot zijn inrichtende macht.

7. Het personeelslid wordt TBS/OB gesteld door zijn inrichtende macht. De inrichtende macht heeft hierin geen keuze, m.a.w. zij moet dit personeelslid verplicht TBS/OB stellen.

8. De verplichtingen inzake reaffectatie en wedertewerkstelling worden van toepassing. Het personeelslid kan een reaffectatie of wedertewerkstelling bekomen binnen de beperkingen van de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.

naar boven

 

Elektronisch communiceren van opdrachten en personeelsgegevens (EPD)

Edison en Elektronisch personeelsdossier (EPD)

Dankzij Edison wordt het elektronisch uitwisselen van gegevens tussen het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming en de secretariaten van de onderwijsinstellingen mogelijk gemaakt.

Sinds 01.09.2007 zijn de Centra voor Volwassenenonderwijs gestart met het elektronisch doorgeven van opdrachten en personeelsgegevens.

De betaling van een personeelslid gebeurt op basis van de gegevens die het werkstation ontvangt op basis van RecordLay-outs (RL). Daarnaast blijft het soms noodzakelijk dat het CVO bijhorende documenten of attesten naar het werkstation stuurt.

Het is bijgevolg belangrijk de richtlijnen te volgen die uiteengezet zijn bij de
omzendbrief Indiensttreding van een tijdelijk personeelslid in het onderwijs: mededeling aan het ministerie van Onderwijs en Vorming (29/06/2005).

Sinds maart 2009 worden de betalingen van de lonen van alle personeelsleden van de Centra voor Volwassenenonderwijs elektronisch verwerkt.

Indien personeelsgegevens onjuist of onvolledig zijn, of te laat worden opgestuurd, kan het Ministerie van Onderwijs en Vorming geen correcte en tijdige betalingen garanderen.

Het is daarom zeer belangrijk om de opdrachtenpakketten tijdig op te sturen.  Het is ook belangrijk dat de schoollistings goed worden nagekeken. Eventuele fouten dienen zo snel mogelijk gemeld te worden zodanig dat de werkstations eventueel nog tijdig kunnen ingrijpen door bv. een voorschot te betalen of het instellen van een vordering (implicaties op de fiscale afrekening).  

Vanaf september 2009 gebeuren geen automatische herinbetalingstellingen van de tijdelijke personeelsleden meer via de lijsten TDVO. Dit betekent concreet dat alle tijdelijke opdrachten zullen moeten doorgegeven worden. Alle partijen - personeelsleden, centra en werkstations - hebben dan ook alle belang bij een grotere spreiding van de zendingen vanaf het begin van de liquidatieperiode. Zodra de gegevens van een personeelslid gekend zijn kan de zending gebeuren. Op die manier hebben de medewerkers van de werkstations iets meer ruimte om deze opdrachten tijdig en correct te verwerken en de uitbetaling te garanderen. 

Aandachtspunt schooljaar 2010-2011

Door de nieuwe personeelsregeling moet uitzonderlijk ook voor alle vast benoemde personeelsleden met uitzondering van de directeur en de administratief medewerker een nieuwe zending van het opdrachtenpakket gebeuren met het oog op
- een correcte bepaling van de bekwaamheidsbewijzen en salarisschaal;
- een correcte berekening van de nuttige ervaring;
- een correcte vaststelling van de noemer opdrachtbreuk en bijgevolg
- een correcte vaststelling van het hoofdambt en de bijbetrekking.

Bij ontvangst van de eerste listing nadat u het opdrachtenpakket voor het schooljaar 2010-2011 zond, vergelijkt u de salarisparameters van vooral de vastbenoemde personeelsleden met die van augustus (juni voor de tijdelijken). De betalingsparameters zijn:
- de salarisschaal (let wel die kan verschillend zijn door het nieuwe stelsel van salarisschalen);
- het volume aanstelling (aantal uren/prestatienoemer);
- de geldelijke anciënniteit (een mogelijk verschil kan te wijten zijn aan de nuttige ervaring).

Algemene info over Edison vind je op de Edison-website.

Uitgebreide informatie over het Elektronisch Personeelsdossier (EPD) is terug te vinden op de website personeelsadministratie van Edison.

Zenden van samenwerkingsverbanden met een hogeschool

Een personeelslid van de hogeschool die in het kader van een samenwerkingsverband (cfr. artikel 309 van het hogeschooldecreet) een opdracht uitoefent in een CVO, wordt daarvoor verder uitbetaald door de hogeschool, die op haar beurt de loonkosten terug betaald krijgt van Onderwijs.

Voor een volledige en correcte berekening van de loonkosten, moeten de schoolsecretariaten deze opdrachten verplicht als volgt melden:

- vanuit het CVO aan het werkstation als een tijdelijke andere opdracht (TAO);
- vanuit de hogeschool aan de cel personeel van de afdeling Hogescholen met een bezoldigde dienstonderbreking code 126.

Door deze verplichte aanduiding wordt een dubbele betaling voor eenzelfde opdracht vermeden.

Zenden van coördinatie-uren

Als hulpmiddel voor het zenden van coördinatie-uren kun je gebruik maken van het schema 'zenden van coördinatie-uren' (word, 2 p.).

naar boven

 

Praktisch info bij de invoering van de nieuwe personeelsregelgeving met ingang van 1 september 2010

De sector Volwassenenonderwijs staat voor een laatste belangrijke mijlpaal in het kader van het decreet van 15 juni 2007. Na een zeer intensieve periode van voorbereiding en onderhandeling van de besluiten zijn we aan de finale fase gekomen: de werkelijke implementatie van de nieuwe personeelsregelgeving met ingang van 1 september 2010.
 
Om de Centra voor Volwassenenonderwijs zo goed mogelijk te begeleiden bij de invoering van deze nieuwe regelgeving hebben de afdelingen Arbeidsvoorwaardenbeleid en Volwassenenonderwijs volgend traject uitgewerkt:

Kennismaking met de regelgeving

Als voorbereiding op de infosessies kon je kennismaken met de nieuwe regelgeving aan de hand van deze
eerste toelichting over de nieuwe personeelsregelgeving voor de CVO's (word, 30 p.).

Infosessies over de nieuwe regelgeving

De regelgeving werd verder algemeen toegelicht tijdens twee infosessies, nl. op 24 februari in Gent en op 2 maart in Leuven.,Na een korte uiteenzetting over het ontstaan van de nieuwe regelgeving werden de thema’s bekwaamheidsbewijzen en de prestatie- en bezoldigingsregeling voor de personeelsleden van de Centra voor Volwassenenonderwijs behandeld. Ook de aanpassingen aan de salarisschalen, ambten en nuttige ervaring kwamen aan bod.

Je kan hier de documentatie raadplegen:

Opgelet! De modules die nog niet vervat zijn in nieuwe opleidingsprofielen zijn nog gelijkgesteld met vakken.
Voor de vakbenamingen ontleend uit het gewoon secundair onderwijs raadpleegt u de
pagina's voor het gewoon secundair onderwijs van de website bekwaamheidsbewijzen.
Voor de specifieke vakken van het volwassenenonderwijs, raadpleegt u de 
Bijlage 1 - Bekwaamheidsbewijzen voor de vakken eigen aan het secundair volwassenenonderwijs en voor andere ambten dan het ambt van leraar in een centrum voor volwassenenonderwijs (word, 10 p.) bij de omzendbrief VWO/2007/04 (cvo)
Actualisatie bekwaamheidsbewijzen in het volwassenenonderwijs  .

Nieuwe en aangepaste omzendbrieven

De feedback op de nieuwe regelgeving werd ondertussen verwerkt in de nieuwe omzendbrieven en in aanpassingen aan de bestaande omzendbrieven.

Om alles overzichtelijk te houden vindt u nu op weTwijs een lijst van alle omzendbrieven die betrekking hebben op de nieuwe personeelsregelgeving.

1 september 2010: start nieuwe regelgeving

Vanaf 1 september 2010 verloopt de aanstelling van het personeel volgens de nieuwe besluiten.

Uitstel van vacantverklaringen met het oog op vaste benoeming op 1 januari 2011

Vanaf 1 september 2010 treedt de nieuwe personeelsregelgeving in de centra voor volwassenenonderwijs in werking. Vanaf dan wordt de opdracht van een leraar in het hoger beroepsonderwijs of specifieke lerarenopleiding uitgedrukt in het ambt van lector in een bepaalde opleiding. Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs die aangesteld wordt in een modulaire opleiding met een goedgekeurd opleidingsprofiel zal de opdracht niet langer uitgedrukt worden in een bepaald vak in een bepaalde onderwijsvorm en -graad, maar in een opleiding of een module. De nieuwe regelgeving voorziet daarom ambtshalve en individuele concordanties van vakken naar modules of opleidingen tot wanneer alle opleidingen over een definitief opleidingsprofiel beschikken.

Opdat de centra voor volwassenenonderwijs de nodige tijd zouden krijgen om hun personeelsformatie voor het volgend schooljaar grondig voor te bereiden en omwille van de rechtszekerheid van de personeelsleden, zullen er dit schooljaar geen vacante betrekkingen op basis van de toestand op 15 april rechtsgeldig meegedeeld of vacant verklaard worden.

Dit wil echter niet zeggen dat er geen vaste benoemingen in een wervingsambt zullen plaatshebben op 1 januari 2011. Vanaf volgend schooljaar tot en met het schooljaar 2012-2013 worden de vacante betrekkingen vastgesteld in functie van de toestand op 15 september en worden ze elk schooljaar voor 15 oktober openbaar gemaakt.

Deze data gelden ook voor de vacantverklaring van betrekkingen in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in een lineaire of voorlopig modulaire opleiding die verder worden uitgedrukt in een vak, onderwijsvorm en -graad en voor de vacantverklaring van betrekkingen in het ambt van lector en administratief medewerker.
Deze maatregel zal ingeschreven worden in de decreten rechtspositie via onderwijsdecreet XX en onder voorbehoud van verdere goedkeuring van ODXX.

naar boven