Ondersteuning gon en ion in het schooljaar 2016-2017

Op haar vergadering van 25 maart 2016 nam de Vlaamse Regering kennis van een mededeling over de aanpak van de toekenning van gon- en ion-ondersteuning voor het schooljaar 2016-2017. De inhoud van de mededeling kwam tot stand in overleg met de sociale partners.

Met deze communicatie willen we de scholen en centra voor leerlingenbegeleiding inlichten over de inhoud van deze mededeling. Er zal verder werk gemaakt worden van een besluit van de Vlaamse Regering om uitvoering te geven aan deze mededeling. Onderstaande principes gelden onder voorbehoud van de goedkeuring door de Vlaamse Regering van dat besluit.

Hoe zal de toekenning van gon en ion-ondersteuning voor het schooljaar 2016-2017 gebeuren?

Het is duidelijk dat we met het M-decreet en wat we weten vanuit het wetenschappelijk onderzoek over gon en ion moeten evolueren naar een nieuw ondersteuningsmodel voor het gewoon onderwijs om beter te kunnen inspelen op de onderwijsbehoeften van leerlingen en de ermee samenhangende ondersteuningsbehoeften van de leraren. Het schooljaar 2016-2017 beschouwen we als een overgangsjaar in aanloop naar een meer fundamentele hervorming. Toch willen we in het overgangsjaar al een aantal eerste stappen zetten.

1. De middelen

Middelen voor ondersteuning worden momenteel in aparte financieringsstromen aan scholen toegekend. In het overgangsjaar zullen we volgende bestaande middelen samenvoegen:

  • Het bevroren gon-pakket (uitgedrukt in begeleidingseenheden) op basis van de telling van gon-leerlingen op 1 oktober 2014
  • De bijkomende lestijden en uren of extra lesuren en uren voor leerlingen met een autismespectrumstoornis in het kader van gon, de zogenoemde gon-afwijkingslestijden/lesuren en uren ASS (constant pakket)
  • De lestijden/lesuren ion type 2 (situatie schooljaar 2015-2016). Dit betekent dat het BVR van 12 december 2003 betreffende de inclusie van leerlingen met een verstandelijke beperking in het gewoon lager en secundair onderwijs zal worden opgeheven en de toekenning van de middelen meegaat in de systematiek gon/ion voor het schooljaar 2016-2017 en opgenomen wordt in het nog uit te werken besluit van de Vlaamse Regering.
     

2. De toekenning

De toekenning van gon en ion gebeurt nu:

  • Op het niveau van de individuele dienstverlenende scholen van buitengewoon onderwijs
  • Op basis van geïdentificeerde leerlingen (leerlingen met een inschrijvingsverslag, gemotiveerd verslag of verslag)
  • En met toepassing van omkaderingsnormen die voor gon vastgelegd zijn bij omzendbrief en voor ion opgenomen zijn in een besluit van de Vlaamse Regering.

Wat blijft behouden?
 

  • Om te bepalen welke leerlingen in aanmerking kunnen komen voor gon- en ion-ondersteuning, blijven de voorwaarden inzake de opmaak van een gemotiveerd verslag of verslag behouden. Het blijft dus gaan over leerlingen die over een gemotiveerd verslag of verslag beschikken, of die vallen onder de overgangsmaatregel voor gon- en ion-leerlingen die beschikken over een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs.
     
  • De dienstverlenende scholen krijgen per leerling de gon/ion-omkadering zoals vastgelegd in de tabellen bij de gon-omzendbrief. Hierin wordt de ion-omkadering voor lager en secundair onderwijs geïntegreerd. Deze tabellen zullen als bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering worden gevoegd. Dit betekent dat leerlingen die volgens de huidige gon-omzendbrief geen eenheden genereren, dat ook niet doen met het nieuwe besluit.
     
  • Er zal bij de toekenning ook rekening gehouden worden met de personeelsbewegingen van gon-begeleiders op het niveau van scholen buitengewoon onderwijs. Het is de bedoeling die zo stabiel mogelijk te houden en dat conform de rechtspositieregeling zoveel mogelijk gon-begeleiders in de betreffende scholen voor buitengewoon onderwijs aangesteld kunnen blijven. Waar dit niet lukt zal de mechaniek van tbsob van toepassing zijn.

Wat verandert er?
 

  • De toekenning van de gon- en ion-ondersteuning zal niet meer rechtstreeks gebeuren naar de dienstverlenende scholen voor buitengewoon onderwijs, maar via netgebonden commissies.
  • Elke netgebonden commissie zal beschikken over een globaal ondersteuningspakket voor het schooljaar 2016-2017. Dit pakket wordt gegenereerd vanuit de financieringsstromen die vermeld werden onder punt 1. Met deze schooloverstijgende werkwijze vermijden we dat er na 1 oktober 2016 nog overdrachten moeten gebeuren om tekorten in de ene dienstverlenende school te compenseren met overschotten in een andere dienstverlenende school (cfr. het systeem van overdrachten dat begin schooljaar 2015-2016 werd gehanteerd).
  • De toekenning van gon- en ion-ondersteuning vanuit de netgebonden commissies zal gebeuren op basis van de gon- en ion-leerlingen die de dienstverlenende scholen voor buitengewoon onderwijs melden aan de eigen netgebonden commissie en met toepassing van de bestaande gon- en ion-omkaderingsnormen. De netgebonden commissies maken daar verdere afspraken over met de dienstverlenende scholen om tijdig de toekenning van de gon- en ion-ondersteuning te kunnen doen.
  • De toekenning zal gebeuren in 2 schijven. In een eerste schijf worden alle geïdentificeerde gon- en ion-leerlingen meegenomen die gekend zijn voor eind juni 2016. Alle geïdentificeerde gon- en ion-leerlingen die na 1 juli 2016 en uiterlijk op de teldag van 1 oktober 2016 gekend zijn, worden meegenomen in de tweede schijf.
  • Bij de toekenning van deze schijven zullen de commissies ook een prioritering respecteren. De toekenning van gon- en ion-ondersteuning gebeurt in volgorde van prioriteit voor:
     
    • (a) Reeds gekende gon-leerlingen in de gon-zending van 1 oktober 2015 met een inschrijvingsverslag of (gemotiveerd) verslag type 4, 6 en 7 (matig en ernstig) die voldoen aan de in het M-decreet ingeschreven criteria voor deze types en die ook nog in 2016-2017 recht hebben op en nood hebben aan gon-ondersteuning. Hiermee worden de ‘kleinere types’ van ondersteuning verzekerd. Tot deze eerste groep behoren dus niet reeds gekende gon-leerlingen type 4 of 7 ASS
       
    • (b) Reeds gekende gon-leerlingen in de gon-zending van 1 oktober 2015, andere dan (a), met een historisch verworven recht op gon-ondersteuning en die ook nog in 2016-2017 recht hebben op en nood hebben aan gon-ondersteuning (bv. bestaande gon-leerlingen type 4, 6, 7 die niet meer aan de type-gebonden criteria uit het M-decreet voldoen zoals leerlingen type 4 en 7 ASS,  leerlingen die nog recht hebben op en nood hebben aan een 2de jaar gon-ondersteuning, gon-leerlingen type 9)
       
    • (c) Reeds gekende ion-leerlingen met een inschrijvingsverslag of verslag type 2 die in 2015-2016 worden ondersteund (lager en secundair) en voor zover ze in het schooljaar 2016-2017 nog recht hebben op en nood hebben aan ion-ondersteuning
       
    • (d) Leerlingen met een inschrijvingsverslag of (gemotiveerd) verslag die niet beantwoorden aan (a) - (c). Dit zijn leerlingen die niet voorkomen in de gon-zending 1 oktober 2015 of die in 2015-2016 nog geen ion-begeleiding kregen maar wel voor het einde van het schooljaar 2015-2016 gekend zijn in functie van ondersteuning in het schooljaar 2016-2017, bv. ook leerlingen die na een onderbreking opnieuw gon-ondersteuning willen opnemen en nog over geldige documenten beschikken. Er zal met de centra voor leerlingenbegeleiding bekeken worden op welke wijze dit kan gebeuren en deze leerlingen kenbaar gemaakt worden bij de dienstverlenende gon-scholen.
       
    • (e) Nieuwe gon-leerlingen met een (gemotiveerd) verslag type 4, 6 en 7 die op 30 juni nog niet gekend waren
       
    • (f) Nieuwe ion-leerlingen met een verslag type 2 (lager en secundair), die op 30 juni nog niet gekend waren
       
    • (g) Nieuwe gon-leerlingen met een (gemotiveerd) verslag anders dan (e) en (f), die nog niet gekend waren op 30 juni

De mogelijke overschotten die blijven na de toekenning volgens de systematiek van (a) tot (g) worden eveneens toegekend door de netgebonden commissies aan scholen voor buitengewoon onderwijs in het kader van ondersteuning van scholen voor gewoon onderwijs.

Gon hoger onderwijs gaat mee in deze benadering. Dit houdt onder andere in dat de lopende overgangsmaatregel zal verlengd worden en dat leerlingen die gon-ondersteuning kregen in het gewoon secundair onderwijs (op basis van een inschrijvingsverslag of (gemotiveerd) verslag) of leerling OV4 waren (op basis van een inschrijvingsverslag of verslag dat ze hadden in het secundair onderwijs), in aanmerking kunnen komen voor gon-ondersteuning in het hoger onderwijs.
 

3. De aanwending

  • Bij de effectieve aanwending ten behoeve van de ondersteuning in het gewoon onderwijs kunnen de dienstverlenende scholen, in overleg met alle betrokkenen en rekening houdend met de rechten van de personeelsleden, de aan hen toegekende gon- en ion-ondersteuning flexibel inzetten naar aantal eenheden per leerling en dus afstappen in de aanwending van het onderscheid matig/ernstig, naar duur en intensiteit van de ondersteuning, op het gebied van de focus van de ondersteuning, namelijk van leerling- naar meer leraargerichte ondersteuning
     
  • Netoverschrijdende samenwerking tussen scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs blijft hierbij ook een belangrijk uitgangspunt
     
  • De netgebonden commissies zullen samen met de dienstverlenende scholen, waar mogelijk, werk maken van clustering van de aanwending van de middelen op het niveau van scholen gewoon onderwijs.
     

4. De integratietoelagen

Voor de berekening en toekenning van de integratietoelagen zal een passende regeling uitgewerkt worden die rekening houdt met de bevriezing van de gon-ondersteuning vanaf het schooljaar 2015-2016.

Naar boven


Extra informatie

Verwante pagina

 

Contactpersonen